Voorzijde: In een parelcirkel een klimmende leeuw naar links in gepareld wapenschild (met langs beide zijden drie pareltjes als pseudo- omschrift?) Erboven geen emissieteken te zien. Tekst: -.
Keerzijde: In een parelcirkel een Brabants kruis (B2)met in de kwartieren BAST (met abbreviatie boven de T) in tegenwijzerzin.
Datum: z.j. ca. 1235-1252
Slagplaats: Leuven
Opmerking: variant niet in A Haeck.
Lit: Vanhoudt atlas G 32; A Haeck 396 var (2.12a40/B2a36c).
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst in vijf regels: o o / BAT / ENBVR / GVM / o o
Keerzijde: Gekroond wapen met een klauwende leeuw naar links, het wapen wordt omgeven door een gedeeltelijke tulpkrans.
Het wapen dat op de koperen duiten staat is dat van Bronckhorst. Dit is een klauwende leeuw in zilver op een rood veld en een gouden kroontje op zijn kop ( waarschijnlijk afgeleid van het Gelderse wapen ).
Muntmeesterteken: Een sterretje komt soms op deze duiten voor.
Slagplaats: Batenburg
Deze duiten van Batenburg worden betiteld als schaars, toch worden ze regelmatig aangeboden voor prijzen die beduidend lager liggen dan sommige catalogi aangeven. Het grote aantal verschillende varianten en de regelmatige aanbiedingen doen vermoeden dat er aanzienlijke aantallen geslagen zijn. Een uitzondering hierop is de duit met de N in spiegelschrift, deze komt veel minder voor dan de andere types. De fout is gemaakt door de stempelsnijder die in spiegelbeeld de stempels moest snijden. De letters die dan de meeste fouten opleveren zijn de N en de S. Recent is een duit van dit type bekend geworden met op de keerzijde het wapen zoals op type BAT.33, zie hier een afbeelding. Ook deze variant is zeldzamer. Een verbodsbepaling uit 1616 te Gelderland uitgevaardigd verbood duiten en schellingen “onlangs te Batenburg geslagen”. Of dit type toen ook al geslagen werd door muntmeester Jacob de Mey (1616-1618) is mij niet geheel zeker. Af en toe duiken deze duiten op als overslag op Ierse pennies op naam van Elisabeth I uit de periode 1601-1602. Op de voorzijde van deze pennies stond een wapenschild en de tekst: ELIZABETH D G ANG FR ET HIBER RE Op de keerzijde stond de afbeelding van een harp en de tekst: POSVI DEVM ADIVTOREM MEVM (ik heb God tot mijn hulp gesteld).
Op de bovenstaande duit staat op de zijde met BAT / ENBVR / GVM links nog duidelijk de E (van Elizabeth) naast resten van het wapenschild. Op de keerzijde zijn nog duidelijk de letters (PO)SVI DEV(M) zichtbaar. Een exemplaar is beschreven in de Beeldenaar 5 (1999), dit is het 2e mij bekende exemplaar. Er zullen waarschijnlijk nog wel meer exemplaren bewaard zijn gebleven maar die zijn nog niet als zodanig ‘ontdekt’.