Gevonden door Matthias Mertens

Materiaal: brons
Lengte: 40 mm
Gewicht: 4,9 gr
Gedetermineerd door Eric Aerts
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Jan Terpstra

Materiaal: koperlegering
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Rekenmeester aan rekentafel gezeten met lijnensysteem en 12 rekenpenningen. Aan beide zijden boven 6 verbonden concave halfboogjes met puntversiering.
Keerzijde: In een dubbellijnige rechthoek het alfabet in vijf regels: ABCDE / FGHIK / LMNOP / QRSTV / WXYZ. Boven en onder twee gekruiste palmtakken en links en rechts een lelie tussen twee rozetten.

Lit: F. Stalzer, “Rechenpfennige Band 1, Die Familien Schultes, Koch und Krauwinckel”, blz. 48, No. 353.
Gedetermineerd door Jan Ooms
Gevonden door Helma Rutten

Materiaal: zilver
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Gedetermineerd door Paul Callewaert
Gevonden door Koen Meulewaeter

Materiaal: messing
Afmetingen: 16,1 mm / 16,1 mm
Gewicht: 5,51 gr
Maker: Jacob Jansz de Backer ( werkzaam in Antwerpen 1644 – 1669 )
Initialen: ID B
Voorzijde: 2 fiorino di camera / scudo
Keerzijde: parels cirkel kroon zwaard hand

Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Daan Crals

Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 12 mm / 16 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: Centraal O.L.V. van Lourdes. Tekst SANCT DE N.D. DE LOURDES PRIEZ POR NOU en onderaan IMMACULEE CONCEPTION ( heiligdom van O.L.V. van Lourdes bid voor ons en onderaan onbevlekte ontvangenis ).
Keerzijde: Centraal de basiliek van Lourdes. Tekst: SANCTUAIRE DE N.D. DE LOURDES ( heiligdom van O.L.V. van Lourdes ).

Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Luc Van der Linden

Materiaal: koper
Diameter: 25 mm
Gewicht: 5,65 gr
Voorzijde: Gekroond wapenschild met leeuw naar links, gelegen op een stokkenkruis. Tekst: PHS. D:G. COM. HOL. Z. ZEL. ( of variant ) en jaartal gescheiden door een roosje boven de kroon. Tekst voluit: Philippus Dei gratia comes Hollandia z Zeelandia, wat betekent: Philips, bij Gods gratie graaf van Holland en Zeeland.

Keerzijde: De Hollandse maagd zittende in een gesloten tuin. Zij wijst met haar rechterhand naar een zonnige hemel als teken van het vertrouwen op de Heer. Tekst: AVX. NOS. IN. NOM. DOM. (of variant). Voluit: auxilium nostrum in nomine Domini, wat betekent: hulp is in de naam des Heeren.

Muntteken: ❀
Muntmeester: Rochus Grijp Joostenzn. ( 1571 – 1577 )
Slagplaats: Dordrecht
Wettelijk voorschrift: instructie van de Staten van Holland van 1574. Uit een mark 32 stuks is ca. 7,69 gram per stuk. Per instructie van 30 oktober 1575 werd het gewicht verlaagd tot 7,46 gram (33 uit een mark).
HOL.4B
Gedetermineerd door Arjan Wagemakers
Gevonden door Mathieu Vens

Materiaal: brons
Diameter: 28,6 mm
Gewicht: 13,6 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: L SEPT SEV PERT AVG IMP V
Keerzijde: Gehelmde Minerva staande naar links, met speer in haar rechterhand en rond schild met haar linkerhand. Tekst: P M TR P III COS II P P en in het veld S-C
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 689; BMC 554; Cohen 393
Gedetermineerd door ? en Andre van Erkom
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.