Heiligeninsigne Sint-Servatius: 1250 – 1350

Gevonden door Paul Callewaert

Materiaal: tin

Afmetingen: 26,9 mm / 49,9 mm

Gewicht: 7,65 gr

Lit: Heilig en Profaan II, pag.289 variant op afb.1237.

Gedetermineerd door Paul Callewaert

Broche: 1325 – 1375

Gevonden door Roland Decock

Materiaal: lood / tin

Afmetingen: 15 mm / 27 mm

Gewicht: 1,25 gr

Gedetermineerd door Roland Decock

Groningen: Flabbe, 4 stuivers: 1599

Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Muntheer: Stad Groningen

Materiaal: zilver

Diameter: 30 mm

Gewicht: 3,72 gr; ca. 3,84 gr bij uitgifte aan 0,493.

Voorzijde: Wapenschild met dubbele adelaar met dwarsbalk op de borst binnen boogornamenten op lang kruis het omschrift onderbrekend. Boven het wapenschild twee zespuntige sterren. Tekst: dubbele adelaar MONETA – NOVA AR – GRONIN – GENSIS.

Keerzijde: Dwarsbalkschild op een gebloemd versierd kort kruis. Tekst: + SIT NOMEN DOMINI BENEDICTVM 1599

Datum: 1599

Slagplaats: Groningen

Lit: Verkade 186.3var; D Purmer Gr 10var; Puister, Groningse stedelijke munten, Jaarboek voor munt en penningkunde, 1986, 1.610j , p.46 & 51

Gedetermineerd door Arjan Wagemakers en rimidi

Nederland: 5 gulden 1912

Gevonden door Riemer Heinen

Materiaal: goud 900 / 1000 

Diameter: 18 mm

Gewicht: 3,37 gr

Voorzijde: Buste met hermelijnen mantel naar rechts. Tekst: KONINGIN WILHELMINA

Keerzijde: Gekroond Nederlands wapen tussen 5 – G. Tekst: KONINGRIJK DER NEDERLANDEN 1912

Graveur: Johannes Cornelis Wienecke

Muntmeesterteken: geen

Muntteken: geen

Slagplaats: ?

Slagaantal: 1.000.000

Referentie

Referentie

Referentie

Wilhelmina der Nederlanden

Gedetermineerd door Eric Aerts

Rekenpenning Frankrijk, Administratie van de Koning, ca. 1285-1305. 

Gevonden door Ary van Waart

Materiaal: koperlegering

Diameter: 21 mm – 23 mm

Gewicht: 1 gr

Voorzijde: Wapenschild Frankrijk met zes lelies gerangschikt 3-2-1 op een veld van stippen.

Keerzijde: Breed, gefleureerd ankerkruis met centrale cirkel, op een veld van stippen.

rekenpenning1-800

Lit: M. Mitchiner, Volume I, blz. 155, No’s 356-358.

Gedetermineerd door Jan Ooms