Gevonden door Brynckminator Brynckminator

Materiaal: koper
Diameter: 26 mm
Gewicht: 4,85 gr
Voorzijde: Borstbeeld van Philips II zonder kroon, naar links. Tekst: PHS. D:G. HISP. Z. REX. CO. ZEL (of variant) en onder het borstbeeld een burchtje. Voluit: Philippus Dei gratia Hispaniarum z rex comes Zeelandia, wat betekent: Philips, bij Gods gratie koning van Spanje en graaf van Zeeland.
Keerzijde: Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië. Om het wapen hangt de keten van de orde van het gulden vlies. Tekst: PACE. ET. IVSTITIA. (of variant). Wat betekent: vrede en gerechtigheid.
Muntmeester: Jeronimus Bruynseels 1580 – 1585
Muntteken: ♜
Slagplaats: Middelburg
Filips II van Spanje
Wettelijk voorschrift: instructie Staten van Zeeland van 24 november 1580. Uit een mark 44 stuks is ca. 5,592 gram per stuk. Sleischat 2½ stuiver per mark werks.
De oorden werden vermeld in de volgende muntbus openingen:
24-6-1580 tot 30-4-1583: 7148 mark zuiver x 44 stuks uit één mark = 314512 stuks.
07-5-1583 tot 08-6-1585: 1968 mark zuiver x 44 stuks uit één mark = 86592 stuks.
10-9-1585 tot 25-6-1591: volgens vergunning door de staten van Zeeland (d.d. 26-11-1587) om tot een som van 1200 gulden oorden te mogen slaan: 3219 mark zuiver x 44 stuks uit één mark = 141636 stuks.
Dit maakt een totaal van: 542740 stuks welke een gewicht moeten hebben van 5,592 gram. Opvallend is dat deze oorden allen van het type ZEE.3 moeten zijn geweest, dus nog met een borstbeeld gelijkend op dat van Philips II op de voorzijde en het Bourgondische wapenschild op de keerzijde. Het slaan van deze oorden is dus nog doorgegaan nadat de muntmeester in mei 1583 opdracht kreeg om het verbod uit 1581 (verbod om nog langer Philips naam, beeltenis en wapens op de munten af te beelden) strikter uit te voeren. De variant met de tekst: DOMINVS MICHI ADIVT is mogelijk de allereerste emissie die geslagen is door Jan/Jean Noirot in de periode 24 juni 1580 tot 22 augustus 1580. Op 28 april 1581 vaardigden de Staten van Brabant een muntplakkaat uit. In het plakkaat werd alleen in Brabant geslagen geld geldig verklaard en werden deze oorden van Zeeland expliciet afgebeeld en verboden verklaard. Op 10 mei 1581 werd in het graafschap Vlaanderen een plakkaat afgekondigd met grotendeels dezelfde inhoud en nam men dezelfde maatregelen als te Brabant werden genomen. Waarschijnlijk vanwege dit verbod zijn soms Zeeuwse oorden van inkepingen voorzien bij het muntteken burcht om ze op Antwerpse exemplaren te laten lijken waarop als muntteken een handje staat afgebeeld.
Omdat deze oorden over een langere periode zijn geslagen bestaan er redelijk veel varianten. Buiten de vele tekstvarianten bestaan er ook variaties in het wapenschild, het borstbeeld en het muntteken onder het borstbeeld. Om niet beschuldigt te worden dat zij de oorden van Doornik imiteerden is het muntteken burcht onder het borstbeeld iets anders. Op sommige oorden is de burcht dusdanig misvormd dat hij veel weg heeft van een handje. Op deze wijze leek hij juist weer op de oorden geslagen te Antwerpen. Ondanks dat er behoorlijke aantallen zijn geslagen komen deze oorden niet zo gek veel voor. Op 7 juni 1590 werd besloten dat geen andere koperen munten in Zeeland in omloop mochten zijn dan die welke in dit gewest waren geslagen. Op 22 december 1592 werden de stempels gebroken van de Zeeuwse rijksdaalder, de Zeeuwse daalder van 6 schellingen en van de oortkens.
ZEE.3
Lit: Vanhoudt II 381 MD; Vanhoudt I 176
Gedetermineerd door Brynckminator Brynckminator










