Uit Opgravingen in Amsterdam: Bij de man wordt een onafgebroken rij knopen op het wambuis, de mantel en ook wel de broek aangebracht. Bij de vrouw wordt het voorstuk van knopen voorzien. De knopen zijn groot, 1,5 cm, maar worden allengs kleiner, 1 cm en nemen in aantal toe. Het dambord-motief en het bloem-motief zijn patronen uit het einde van de 16e eeuw. Kenmerkend voor de 16e eeuwse knopen is de doorboorde staaf als oog. Het draadoog dat in dezelfde periode naast de staaf voorkomt, wordt karakteristiek voor de 17e eeuwse modellen.
Voorzijde: Gekroond initiaal van de koning. Tekst: LEOPOLD PREMIER ROI DES BELGES 1850
Keerzijde: Zittende leeuw met grondwetstafel ( met daarop CONSTITUTION / BELGES / 1830 / *). In de afsnede de waardebepaling 5 CENTs. en BRAEMT F. Tekst: L’ UNION FAIT LA FORCE
Graveur: Joseph-Pierre Braemt
Slagplaats: Brussel
Slagaantal: 2.689.025
Info: In omloop van 05 – 06 – 1832 tot 20 – 12 – 1860
Muntheren: Albrecht en Isabella, aartshertogen 1598-1621
Materiaal: biljoen 219 / 1000
Diameter: 16 mm
Gewicht: 0,6 gr
Voorzijde: Lang gevoet opengewerkt en versierd kruis met in het midden Æ, een versierde vierpas en het omschrift onderbrekend. Tekst: ALBER / TVS.ET / ELISA / BET.D:G
Keerzijde: Wapenschild van de aartshertogen in het veld. Tekst: muntteken ARCHID.AVST.DVC(ES).BVRG[…[jaartal]…of variant
Een (blanco) wapenschild op een verhoogde opengewerkte boord, waar normaal een beschilderd veld aanwezig was. De twee draagoogjes ontbreken. Keerzijde, een gladde uitvoering.
Voorzijde: In een parelcirkel een krijger ten halve lijve met maliënkolder, schuin naar links met in de rechterhand een lans met vaan, de linkerhand op de heup houdend. Rechts boven de schouder een ring met parel. Tekst: anepigrafisch.
Keerzijde: In een dubbele parelcirkel ter vervanging van enig omschrift, afwisselend 2 keer een ster tussen twee parels en 2 keer een ring tussen twee parels. In het lange smalle rechte kruis staat in elk kwartier een parel. Tekst: anepigrafisch.
Voorzijde: Mercurius zittend naar links met een gevleugelde caduceus, leunend op een roer, een hoorn des overvloeds aan zijn voeten. Tekst: COMMERCE INDUSTRIE DOMARD 1923 INV
Keerzijde: ✤ CHAMBRES • DE • COMMERCE • DE • FRANCE en binnen een cirkel BON POUR / 50 / CENTIMES / BR. AL.
Voorzijde: Mercurius zittend naar links met een gevleugelde caduceus, leunend op een roer, een hoorn des overvloeds aan zijn voeten. Tekst: COMMERCE INDUSTRIE DOMARD 1922 INV
Keerzijde: ✤ CHAMBRES • DE • COMMERCE • DE • FRANCE en binnen een cirkel BON POUR / 50 / CENTIMES / BR. AL.
Muntheer: Heinrich V der Friedfertige, hertog van Mecklenburg-Schwerin, 1503-1552.
Materiaal: zilver
Diameter: 19 mm
Gewicht: ?; ca. 1,1 gr
Voorzijde: Gekroonde “Mecklenburgse” stierenkop frontaal, erboven +H+H+, het afgekorte jaartal 3 – 8 ter weerszijde van de kop. Tekst: eikeltje MO NOVA GREVISMOL; interpunctie driehoek
Keerzijde: Een lang gelelied kruis het omschrift onderbrekend, in de kwartieren de letters G – W – B – E (Gottes wort bleibt ewig). Tekst: HIN – DVX – MEG – APO; Hendrik hertog van Megapol (Magnopolis…Mecklenburg). De kwartieren 1 en 4 zijn omgewisseld!!!
Muntheer: Kuno II von Falkenstein, aartsbisschop van Trier, 1362-1388.
Materiaal: zilver
Diameter: 19 mm
Gewicht: ?; uitgifte ca. 1,1 gr
Voorzijde: Heilige Petrus frontaal ten halve lijven met nimbus boven het wapenschild van Münzenberg, in de rechterhand een kruisstaf en in de linkerhand een sleutel. Het wapenschild doorbreekt het omschrift onderaan. Tekst: ⁞ CVnO ARЄPS – TRЄVЄRЄn(S?); Cuno Archiepiscopus Treverensis
Keerzijde: Een lang gevoet kruis het omschrift onderbrekend, in de kwartieren telkens drie bolletjes. Tekst: MOn – ETA C – OnFL – VEnC; Moneta Confluensis
Voorzijde: Gekroond Spaans wapenschild van de aartshertogen, aan weerszijden van het wapenschild staat een punt en om het geheel loopt een gedeeltelijke binnen cirkel. Tekst: ALBERTVS. ET. ELISA. D:G (of variant). Voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia, en betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (vervolg op de keerzijde).
1: Hongarije: in rood 3 zilveren balken. 2: Bohemen: in rood een zilveren leeuw. 3: Castilië: in rood een gouden kasteel, blauw gesloten en verlicht. 4: Leon: in zilver een goud gekroonde purperen leeuw. 5: Aragon: in goud vier rode palen. 6: Sicilië: schuingevierendeeld met in de bovenste en onderste halve ruit in goud 4 rode palen (Aragon), in de twee halve zijruiten in zilver een zwarte adelaar (Hohenstaufen). 7: Portugal: in zilver 5 blauwe schildjes (geplaatst 1.3.1) beladen met 5 pesanten van zilver (geplaatst 2.1.2). Een rode schildzoom beladen met 7 gouden kastelen (quinas). 8: Oostenrijk: in rood met een zilveren dwarsbalk. 9: Nieuw Bourgondië: blauw met gouden lelies, een schildzoom geblokt van rood en zilver. 10: Oud Bourgondië: geschuinbalkt van goud en blauw van zes stukken en rood omzoomd. 11: Brabant: in zwart een gouden leeuw, rood getongd. 12: Vlaanderen: in goud een zwarte leeuw, rood getongd. 13: Tirol (in zilver een rode adelaar, gekroond, gebekt, en gepoot van goud. De vleugels beladen met twee gouden klaverbladstengels.
Keerzijde: Gekroond en scheef geplaatst stokkenkruis waarop het wapenschild van Roermond ligt. Onder aan het kruis hangt de keten van de orde van het gulden vlies en aan weerszijden van het kruis staat het jaartal. Tekst: ARCHIDVCES. AVST. DVC. GELD (of variant). Voluit: archiduces Austria duces Gelriæ, en betekent: aartshertogen van Oostenrijk en hertogen van Gelderland.
Wapen van Roermond
Muntmeesters: Johan en Matthijs van Nederhoven 1605 – 1618
Muntteken:
Slagplaats: Roermond
Voorschrift: instructie van september 1605. Oorspronkelijk 51 stuks uit een mark is ca. 4,82 gram per stuk. In 1606 gewijzigd naar 64 uit een mark, is ca. 3,84 gram per stuk.
Op 30 juni 1607 verscheen een plakkaat waarin de duiten en oorden van Maastricht, den Bosch en Roermond alleen gangbaar werden verklaard in de stad van uitgifte en hun directe omgeving. Op 29 oktober 1609 werd dit plakkaat nog eens herhaald en ontving de stad een schrijven met dezelfde datum van de aartshertogen: “Alzoe wy by onse brieven van placcate gedateert op huyden verboden hebben den loop ende vuytgeven van de copere munte by ulieden doen slaeghen met onsen consente, in andere plaetsen ende steden van onder ulieden schependom tot gerieve van de gemeynte aldaar, ende dat tot dien eynde de ghene die alreede zyn geslagen meer dan genoech zyn. Soe is onsen wille dat ghy van nu voirtaen gheen meerdere quantiteyt en doet munten, totter tyt toe dat wy van als naerder onderricht zynde daerop sullen gheven ander ordre”. Roermond heeft dit schrijven naast zich neergelegd want er bestaan duiten van 1610 en 1611 en oorden van 1610, 1611 en 1612. Op 30 september 1610 verscheen wederom een plakkaat dat de omloop van het kleingeld van Maastricht, den Bosch en Roermond regelde.
Van Gelder schreef dat de stad Roermond door haar ligging in het oosten van de Spaanse Nederlanden een wat afwijkende monetaire situatie had. De gewone Zuid-Nederlandse munten pasten niet in het geldverkeer van Roermond en Spaans Gelre. De plaatselijke stuiver en duit hadden in Spaans Gelre een lagere waarde dan in Brabant en Vlaanderen. Dit kwam door de invloed van het geld uit het aangrenzende bisdom Luik en uit de Duitse staten van het Rijnland. Hij schrijft verder dat vanwege deze situatie oogluikend werd toegestaan dat Roermond zijn duiten en oorden volgens een lagere muntvoet mocht slaan. Dit zou ook gebeuren te Maastricht en den Bosch. Uit het artikel van de Meyer over de munten van Roermond blijkt dit echter niet. Volgens zijn gegevens werden zij wel degelijk volgens de muntvoet van de aartshertogen geslagen. Volgens onderstaande overzicht, samengesteld mede dankzij de wegingen van een Roermond verzamelaar, zijn de oorden wel degelijk op het normale gewicht van de aartshertogen geslagen.
Dankzij dezelfde verzamelaar zijn ook enkele varianten bekend geworden. Zo bestaat er een oord uit 1609 met het muntteken leeuwtje i.p.v. het muntteken lelie en een exemplaar met alleen een punt. Ook komen er exemplaren voor met een mislukte lelie of een grote lelie met wat extra streepjes.