Voorzijde: In een parelcirkel een wapenschild met klimmende leeuw naar links. Tekst in de vrije hoeken: ✠ D – VX BRA – BAnCI – Є, Hertog van Brabant.
Keerzijde: Lang dubbel kruis met bolletjes op de uiteinden, het omschrift onderbrekend, in de kwartieren W – A – L – T. Wat vermoedelijk staat voor muntmeester Walt ten Aart. Tekst tussen twee parelcirkels: *I :D /ЄIG /RAT / IA*
Muntheer: Stedelijke muntslag onder graafschap Vlaanderen.
Materiaal: zilver
Diameter: 9 mm
Gewicht: 0,15 gr
Voorzijde: In een dubbele parelcirkel een driehoek met op de uiteinden een ring met middenstip, tussen de zijden van de driehoek en de binnenste parelcirkel telkens een lelie naar binnen gericht. In het midden van de driehoek een parel. Tekst: Anepigrafisch
Keerzijde:In een dubbele parelcirkel, doorbroken door een lang gevoet kruis het omschrift L – I – L – A, Lille. In de binnenste kwartieren telkens een parel.
Alvast van een ridder “mil(ites)”. Helm komt ook overeen met wat ridders af en toe afbeeldden vanaf laat 13e eeuw. Voornaam lijkt “bartholdi de” te zijn. Achternaam is onduidelijk: “gvano”?
Muntheer: Stedelijke muntslag van het hertogdom Brabant tijdens Hendrik III van Brabant, 1248-1261.
Materiaal: zilver
Diameter: 12 mm
Gewicht: > 1 gr: normaal ca. 0,44 gr
Voorzijde: Dubbelslag, enkel rechterzijde te zien: Binnen een parelcirkel een leeuwenschild met langs beide zijden het omschrift. Erboven geen emissieteken (meer) te zien. Het leeuwtje is naar links gekeerd.(= c20). Tekst voorzijde tussen parelcirkel en wapenschild: rechts “H.DV” (en links “.CIS.”?) ; Hendrik hertog.
Keerzijde: Brabants kruis waarvan elke arm bestaat uit twee van het middelpunt vertrekkende, in de breedte uitlopende, volle lijnen, bovenaan afgesloten door een derde volle lijn met in het midden een bolletje dat de top vormt van een kapje bestaande uit twee schuine lijnen lopend naar de zijlijnen van de armen. Onder het kapje een rond bolletje verbonden met het middelpunt door een volle lijn.(=B1). Tekst keerzijde in de kwartieren: ꓭ A S T, in tegenwijzerzin. Afkortingsteken boven de T.
Gevonden door Freek En Griet Meldert ( ID-200970 )
Muntheer: Jan I hertog van Brabant, 1268-94
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 0,5 gr
Voorzijde: Binnen een parelcirkel een klimmende leeuw naar links. Tekst: Anepigrafisch.
Keerzijde: Binnen een parelcirkel een lang gevoet kruis. Tekst: In de kwartieren van het kruis I – D – V – X ; voor Jan hertog, zonder parel links en rechts van de I
De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.
Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.
Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.
Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.
Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.
Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.
Voorzijde: Binnen een parelcirkel een gehelmd hoofd met drie ringen naar links, op de helm een kuif van drie veren, achter het hoofd vier parels in ruitvorm geplaatst. Tekst: anepigrafisch.
Keerzijde: Binnen een parelcirkel een lang dubbel ankerkruis met in het midden een puntje. Tekst: anepigrafisch.
Datum: z.j. ca. 1278 tot ca. 1305
Slagplaats: Gent
Lit: J Ghyssens 468; Vanhoudt atlas G 2415var; Haeck 202; J C Martiny 11-4
Gevonden door Bartenilse Aertsvandeweyer ( ID-199539 )
Muntheer: Stedelijke muntslag van het hertogdom Brabant tijdens Hendrik III van Brabant, 1248-1261.
Materiaal: zilver
Diameter: 12 mm
Gewicht: 0,44 gr
Voorzijde : In een parelcirkel een leeuwenschild met langs beide zijden het omschrift. Erboven geen emissieteken (meer) te zien. Het leeuwtje is naar links gekeerd.(= c20). Teks tussen parelcirkel en wapenschild: rechts “H.DV” en links “.CIS.” ; Hendrik hertog.
Keerzijde: Brabants kruis waarvan elke arm bestaat uit twee van het middelpunt vertrekkende, in de breedte uitlopende, volle lijnen, bovenaan afgesloten door een derde volle lijn met in het midden een bolletje dat de top vormt van een kapje bestaande uit twee schuine lijnen lopend naar de zijlijnen van de armen. Onder het kapje een rond bolletje verbonden met het middelpunt door een volle lijn.(=B1). In de kwartieren: ꓭ A S T, in tegenwijzerzin. Afkortingsteken boven de T.
Voorzijde: In een parelcirkel een aanlegsteiger met vijf dwarsbalken en aan beide uiteinden vier bolletjes opgesteld in ruitvorm. Langs beide zijden van de steiger een liggend waaiervormig symbool met 4 armen tussen twee bolletjes. Teks: Anepigrafisch.
Keerzijde: In een parelcirkel een Brabants kruis met vier dwarsstrepen in de armen en in de kwartieren afwisselend een (gepunte?) ring en een gestileerd takje (zie scan) verbonden met het midden.
Datum: z.j. ca. 1235-1252
Slagplaats: Brussel
Opmerking: Wegens staat van het muntje is niet alles duidelijk ter determinatie.
Lit: A Haeck 310 var a (= 2.9e41/H1a15b); Vanhoudt atlas G 79