Sterling: na 1277

Gevonden door Marc Hendriks ( ID-207673 )

Muntheer: Jan I, hertog van Brabant, 1268-1294 

Materiaal: zilver

Diameter: 19 mm

Gewicht: 1,25 gr

Voorzijde: In een parelcirkel een wapenschild met klimmende leeuw naar links. Tekst in de vrije hoeken: ✠ D – VX BRA – BAnCI – Є, Hertog van Brabant. 

Keerzijde: Lang dubbel kruis met bolletjes op de uiteinden, het omschrift onderbrekend, in de kwartieren W – A – L – T. Wat vermoedelijk staat voor muntmeester Walt ten Aart. Tekst tussen twee parelcirkels: * I : D / ЄI G / RAT / IA* 

Datum: z.j. na 1277

Slagplaats: Brussel, Antwerpen ?

Jan I van Brabant

Lit: Vanhoudt atlas G 159/165var; De Witte 241/246var; L De Coster 166 

Gedetermineerd door rimidi

Stad Rijsel: maille ca. 1180 – 1220

Gevonden door Remy Catoir ( ID-201152 )

Muntheer: Stedelijke muntslag onder graafschap Vlaanderen. 

Materiaal: zilver

Diameter: 9 mm

Gewicht: 0,15 gr

Voorzijde: In een dubbele parelcirkel een driehoek met op de uiteinden een ring met middenstip, tussen de zijden van de driehoek en de binnenste parelcirkel telkens een lelie naar binnen gericht. In het midden van de driehoek een parel. Tekst: Anepigrafisch 

Keerzijde:  In een dubbele parelcirkel, doorbroken door een lang gevoet kruis het omschrift L – I – L – A, Lille. In de binnenste kwartieren telkens een parel. 

Datum: z.j. ca. 1180-1220

Slagplaats: Lille, Rijsel

Lille onder het Graafschap Vlaanderen

Lit: J Ghyssens 266; Bron voorbeeld Les Mailles M 390.

Gedetermineerd door Jelle Venema en rimidi

Zegelstempel: ca. 1250 – 1350

Gevonden door Jean-Pierre Schoutens ( ID-201025 )

Materiaal: koperlegering

Hoogte: 10 mm

Diameter: 32 mm

Gewicht: 17,61 gr

Alvast van een ridder “mil(ites)”. Helm komt ook overeen met wat ridders af en toe afbeeldden vanaf laat 13e eeuw. Voornaam lijkt “bartholdi de” te zijn. Achternaam is onduidelijk: “gvano”?

Gedetermineerd door Kris Didden

Leuven: Denier type leeuwenschild. (2.12) ca. 1252 – 1261

Gevonden door Kenn Meeussen ( ID-201016 )

Muntheer: Stedelijke muntslag van het hertogdom Brabant tijdens Hendrik III van Brabant, 1248-1261.

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: > 1 gr: normaal ca. 0,44 gr

Voorzijde: Dubbelslag, enkel rechterzijde te zien: Binnen een parelcirkel een leeuwenschild met langs beide zijden het omschrift. Erboven geen emissieteken (meer) te zien. Het leeuwtje is naar links gekeerd.(= c20). Tekst voorzijde tussen parelcirkel en wapenschild: rechts “H.DV” (en links “.CIS.”?) ; Hendrik hertog.  

Keerzijde: Brabants kruis waarvan elke arm bestaat uit twee van het middelpunt vertrekkende, in de breedte uitlopende, volle lijnen, bovenaan afgesloten door een derde volle lijn met in het midden een bolletje dat de top vormt van een kapje bestaande uit twee schuine lijnen lopend naar de zijlijnen van de armen. Onder het kapje een rond bolletje verbonden met het middelpunt door een volle lijn.(=B1). Tekst keerzijde in de kwartieren: ꓭ A S T, in tegenwijzerzin. Afkortingsteken boven de T. 

Datum: z.j. ca. 1252-1261. 

Slagplaats: Leuven

denier-800

Hendrik III van Brabant

Lit: A Haeck : ± 2.12c20/B1a36b = 409 var a 

Gedetermineerd door Jelle Venema en rimidi

Leuven ( of Brussel ): kleine denier, denarius na 1282 tot ca. 1287

Gevonden door Freek En Griet Meldert ( ID-200970 )

Muntheer:  Jan I hertog van Brabant, 1268-94  

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: 0,5 gr

Voorzijde: Binnen een parelcirkel een klimmende leeuw naar links. Tekst: Anepigrafisch. 

Keerzijde: Binnen een parelcirkel een lang gevoet kruis. Tekst: In de kwartieren van het kruis I – D – V – X ; voor Jan hertog, zonder parel links en rechts van de I 

Datum:  z.j. na 1282 tot ca. 1287 

Slagplaats: Leuven (of Brussel)

Jan I van Brabant

Lit: Vanhoudt atlas  G 170; de Witte 201; de Mey Br 97; A Haeck 546

Gedetermineerd door rimidi

Gefragmenteerde schedepuntbeschermer: ca. 1050 – 1250

Gevonden door Axel Vroling ( ID-200509 )

Materiaal: brons

Afmetingen: 20 mm / 30 mm

Gewicht: 13,70 gr

De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.

Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.

Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.

Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.

Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.

Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.

Gedetermineerd door Wessel Spoelder

Gent: maille ca. 1278 tot ca. 1305

Gevonden door Gino Vermeulen ( ID-200057 )

Muntheer: Stad Gent, onder graafschap Vlaanderen

Materiaal: zilver

Diameter: 10 mm

Gewicht: 0,38 gr

Voorzijde: Binnen een parelcirkel een gehelmd hoofd met drie ringen naar links, op de helm een kuif van drie veren, achter het hoofd vier parels in ruitvorm geplaatst. Tekst: anepigrafisch.

Keerzijde: Binnen een parelcirkel een lang dubbel ankerkruis met in het midden een puntje. Tekst: anepigrafisch.

Datum: z.j. ca. 1278 tot ca. 1305

Slagplaats: Gent

paul b1.2

Lit: J Ghyssens 468; Vanhoudt atlas G 2415var; Haeck 202; J C Martiny 11-4

Gedetermineerd door rimidi

Leuven: Denier type leeuwenschild. (2.12) ca. 1252 – 1261

Gevonden door Bartenilse Aertsvandeweyer ( ID-199539 )

Muntheer: Stedelijke muntslag van het hertogdom Brabant tijdens Hendrik III van Brabant, 1248-1261.

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 0,44 gr

Voorzijde : In een parelcirkel een leeuwenschild met langs beide zijden het omschrift. Erboven geen emissieteken (meer) te zien. Het leeuwtje is naar links gekeerd.(= c20). Teks tussen parelcirkel en wapenschild: rechts “H.DV” en links “.CIS.” ; Hendrik hertog.

Keerzijde: Brabants kruis waarvan elke arm bestaat uit twee van het middelpunt vertrekkende, in de breedte uitlopende, volle lijnen, bovenaan afgesloten door een derde volle lijn met in het midden een bolletje dat de top vormt van een kapje bestaande uit twee schuine lijnen lopend naar de zijlijnen van de armen. Onder het kapje een rond bolletje verbonden met het middelpunt door een volle lijn.(=B1). In de kwartieren: ꓭ A S T, in tegenwijzerzin. Afkortingsteken boven de T.

Datum: z.j. ca. 1252-1261.

Slagplaats: Leuven

denier-800

Hendrik III van Brabant

Lit ref cfr: A Haeck : ± 2.12c20/B1a36b = 409 var a

Gedetermineerd door rimidi

Brussel: Kleine denier, type “aanlegsteiger”of “brug” ca. 1235-1252

Gevonden door Peter Peeters ( ID-199513 )

Muntheer : Brussel onder hertog van Brabant.

Materiaal: zilver

Diameter: ?; uitgifte ca. 12,2 mm

Gewicht: ?; uitgifte ca. 0,52 gr

Voorzijde: In een parelcirkel een aanlegsteiger met vijf dwarsbalken en aan beide uiteinden vier bolletjes opgesteld in ruitvorm. Langs beide zijden van de steiger een liggend waaiervormig symbool met 4 armen tussen twee bolletjes. Teks: Anepigrafisch.

Keerzijde: In een parelcirkel een Brabants kruis met vier dwarsstrepen in de armen en in de kwartieren afwisselend een (gepunte?) ring en een gestileerd takje (zie scan) verbonden met het midden.

Datum: z.j. ca. 1235-1252

Slagplaats: Brussel

Opmerking: Wegens staat van het muntje is niet alles duidelijk ter determinatie.

Lit: A Haeck 310 var a (= 2.9e41/H1a15b); Vanhoudt atlas G 79

Gedetermieerd door rimidi