Gevonden door Niels Moreau ( ID-220069 )


Materiaal: koperlegering
Diameter: 16 mm
Gewicht: 2,21 gr
Plateau fibula met kruismotief met in de kwartieren een stip.
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Ton Paulussen ( ID-219993 )


Materiaal: lood
Afmetingen: ca.35 mm / 45 mm
Gewicht: 46 gr
Een kruis pattée, croix pattée of breedarmig kruis, een heraldisch kruis waarvan de armen van smal naar breed gaan. Centraal een rudimentair kruis gegraveerd.
Vermoedelijk dat dit eerder een pelgrimskruis vertegenwoordigd.
Bijzonder weetje: het heeft als voorbeeld gediend voor het ijzeren kruis tijdens ww2
Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Marc Hendriks ( ID-219914 )


Materiaal: koperlegering met email
Diameter: 23 mm
Gewicht: 3,86 gr
Het beeldthema van het Lam Gods op de schijffibula was erg populair. Dit was zo van het midden van de 10e tot het midden van de 11e eeuw. Oudere datums van experts zoals Frick, Bos en Wamers kloppen niet meer.
Kenmerken van de fibula: Een schijffibula is een ronde middeleeuwse speld.
Dit type herken je aan deze punten: Gegoten koper – De platte ronde schijf en de naald zijn in één stuk gegoten uit koperlegering.
Simpele rand: Het oppervlak heeft een eenvoudige rand.
Verdiept vlak: Het veld binnen de rand is verdiept met de champlevé-techniek.
Dier in het midden: In het midden staat een dier met een kop, staart en poten. De kop van het dier kijkt achterom.
Emaillering: De achtergrond was vroeger gevuld met gekleurd email. Dit email is vaak rood. Soms is het email nu helemaal verdwenen.
Welk dier is het ? Meestal herken je de diersoort niet meteen. Het is in elk geval een viervoeter. Vaak is de linkerzijde van het dier te zien, soms de rechterzijde. De staart wijst omhoog. Er is wel iets bijzonders met de staart. In de christelijke kunst heeft het Lam Gods (Agnus Dei) meestal een hangende staart. Het lam staat namelijk voor vrede, onschuld en opoffering. Een omhoogstaande staart past daar eigenlijk niet bij. Toch zien we de staart op deze spelden wel omhoog wijzen. Andere dieren die achterom kijken zijn de leeuw en de griffioen. Verschil met andere spelden: Er zijn ook andere spelden met viervoeters die achterom kijken. Het grote verschil is dat die andere spelden geen email hebben. De spelden met email zijn zeldzaam. Vroeger kende men maar een paar exemplaren uit Friesland en Engeland. Tegenwoordig worden er door archeologen en detectorzoekers steeds meer gevonden.
Champlevé is een traditionele emailleertechniek in de decoratieve kunst waarbij patronen of uitsparingen in een metalen oppervlak (zoals koper of brons) worden gegraveerd, geëtst of gegoten. Deze verdiepte ‘cellen’ worden gevuld met glasachtig emailpoeder. Na verhitting smelt het email tot een gladde, glazen laag. Naamgeving: De term is Frans voor “verheven veld”. Dit verwijst naar de onbewerkte, verhoogde metalen randen die de verschillende emailkleuren van elkaar scheiden.
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
Gevonden door Mark Goffin ( ID-219522 )


Materiaal: brons
Diameter: 21 mm
Gewicht: 2,97 gr
Het toont de buste van een heerser of een heilige. Wie of wat het precies is, blijft lastig te achterhalen. Er ontbreken namelijk duidelijke attributen die hierop wijzen. De persoon is gegraveerd op een bronzen, schijfvormige plaat. Dit is opvallend. De Romeinen kenden deze manier van maken namelijk niet binnen hun repertoire. Daarom kunnen we een Romeinse oorsprong uitsluiten. Het graveren van menselijke figuren op een fibula kennen we wel uit Denemarken. Die stukken stammen uit de 11e eeuw. Er is nog een mantelspeld die sterke overeenkomsten heeft in de gelaatstrekken. Dat is de bekende fibula uit Chalandry-sur-Serre in Frankrijk. Ook dat stuk heeft mooie, krullende haren en een duidelijke gezichtsuitdrukking. De datering van dat Franse stuk ligt in de 10e eeuw of 11e eeuw
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
Gevonden door Johan Sanden ( ID-217900 )


Materiaal: koperlegering
Afmetingen: ca. 25 mm / 30 mm
Gewicht: 22,69 gr
Gedetermineerd door Jean Pierre Parent
Gevonden door Johan Sanden ( ID-217093 )



Muntheer: Niet nader te bepalen.
Materiaal: zilver
Diameter: 20 mm
Gewicht: 1,41 gr
Voorzijde vermoedelijk: Een kort gevoet kruis binnen een parelcirkel met in elk kwartier een parel. Tekst: …] ‾┘OMh […?
Keerzijde: Binnen een parelcirkel het Coloniamonogram in drie regels omgeven door een omschrift. Tekst: Ꙅ / COLOИIA / A; imitatie van het Colonia monogram voor SEA COLONIA AGRIPPINA Tekst: …] ‾И•B X – Ꙅ Iꓞ[…?
Datum: z.j. na 962 tot eerste helft 11e eeuw
Slagplaats: Neder Lotharingen, mogelijk in de Maaslandse regio
Opmerking: Navolging van de denieren geslagen onder Keizer Otto I en zijn broer Bruno aartsbisschop van Keulen en hertog van Lotharingen, 962-965

Lit: Hävernick 50/54
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Martine Delplace ( ID-203400 )


Materiaal: brons
Lengte: 50 mm
Breedste stuk: 22 mm
Gewicht: 9,9 gr

Afbeelding van een door Wessel Spoelder geschreven artikel in de Detector amateur nummer 161 en 162
In de context van middeleeuws paardentuig is een teugelspanner (ook wel bekend als teugelverdeler of riemverdeler) een essentieel metalen onderdeel dat de verbinding tussen verschillende riemen van het hoofdstel regelt. Op basis van zie afbeelding en historische bronnen zijn dit de belangrijkste kenmerken:
Functie: Het zorgt voor de bevestiging en een stabiele overgang tussen de bitring en de teugel. Het helpt de druk op het bit gelijkmatig te verdelen en voorkomt dat riemen in de war raken of verschuiven tijdens het rijden.
Materiaal en Vorm: Deze objecten werden meestal gegoten uit een koperlegering of brons. Ze variëren in vorm van eenvoudige ringen tot rijk versierde, kruisvormige of opengewerkte beslagstukken, vaak met zoomorfe (dierlijke) of geometrische motieven.
Datering: De exemplaren op de afbeelding, zoals de Ottoonse varianten, dateren vaak uit de periode tussen 950 en 1200 na Christus.
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
Gevonden door Axel Vroling ( ID-200509 )



Materiaal: brons
Afmetingen: 20 mm / 30 mm
Gewicht: 13,70 gr
De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.
Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.
Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.
Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.
Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.
Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.

Gedetermineerd door Wessel Spoelder