Gevonden door Pascal Smeets
Materiaal: brons
Diameter: 28 mm
Gewicht: 8,81 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP CAES NERVA TRAIA-N AVG GERM P M
Keerzijde: Victory gaande naar links met palmtak en schild met de inscriptie SPQR. Tekst: TR POT COS II PP en in het veld S / C
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 395
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Trajanus werd op 18 september 53 in Italica (Hispania) geboren als zoon van Marcus Ulpius Traianus en de Spaanse Marcia. Hij was Romeins keizer van 28 januari 98 tot 9 augustus 117. Na onder zijn vader in Syria gediend te hebben werd in 78 quaestor en ca. 84 praetor, waarna hij als commandant naar Spanje ging. Daar kreeg hij de opdracht de opstand van Saturninus in Germania Superior te dempen (88). Na zijn consulaat in 91 keerde hij als stadhouder naar Opper-Germanië terug, waar hij door de aanleg van wegen en castella en de stichting van kolonies de Rijn- en Donaugrens versterkte. Met zijn naam zijn de steden Nijmegen (Noviomagus) en Xanten (colonia Traiana) verbonden (Hiernaast een bronzen portretkop van Trajanus, gevonden in de Waal bij Xanten (?)). In 97 werd hij door Nerva geadopteerd en, voorzien van speciale bevoegdheden, tot mederegent onder titel Caesar verheven. Het jaar daarop volgde hij Nerva in Keulen op. Zijn eerste daad was de bestraffing van opstandige praetorianen, die hij naar Germania ontbood, waar hij voorlopig bleef en de titel Germanicus verwierf. In Rome, waar hij in 99 aankwam, werd hij algemeen verwelkomd. Het gebruikelijke donativum werd door hem gehalveerd, geschenken bij zijn troonsbestijging wees hij van de hand. Voor alles bereidde hij zich voor op de oorlog tegen de Dacische Decebalus, met het doel de Donaugrens te beveiligen. Ook lokt het Dacische goud. In 101 rukte Trajanus uit en overwinterde na een onbesliste slag bij Tapae aan de overzijde van de Donau. Toen hij het volgend jaar de hoofdstad Sarmizegetusa bedreigde, gaf Decebalus zich over, waarna de keizer de titel Dacicus aannam en te Rome een triomf vierde. In 105 roerde Decebalus zich opnieuw. Weer rukt Trojanus uit over de door Apollodorus bij Dobretae gebouwde Donaubrug en veroverde de Dacische hoofdstad, waarop Decebalus zich het leven benam. Zijn land werd de provincie Dacia, zijn hoofdstad een Romeinse kolonie. De zuil van Trajanus te Rome en het Tropaeum Traiani te Adamklissi (Roemenië) zijn een blijvende herinnering aan deze veldtochten. De Donaulinie kon nu worden versterkt en het spoedig tot rust gekomen gebied werd beveiligd en weldra geheel geromaniseerd (Roemeens!). Intussen werd ook in het Oosten de rijksgrens afgerond doordat Aulus Cornelius Arabia Nabataea als provincie inlijfde (105). In Numidië versterkten de Romeinen in alle stilte hun greep op het land door de stichting van Thamugadi en Lambaesis. Om de Parthische dreiging het hoofd te bieden verklaarde Trajanus in 113 de Parthen de oorlog. Zijn legers bezetten Armenië en een deel van Mesopotamië, waarna Armenië, Cappadocië en Klein-Armenië aan het rijk werden toegevoegd. In 115 keerde de keizer zich tegenkoning Osroës zelf en trok, na in Antochië overwinterd te hebben in 116 de Tigris over, waarna hij de hoofdstad Ctesiphon bezette en de Perzische golf bereikte. Assyrië en Mesopotamië werden Romeinse provincies en aan ’s keizers eerder verworven titels werd die van Parthicus toegevoed. Het veroverde gebied met zijn belangrijke verbindingsroutes naar het Oosten bleef echter onrustig. Weliswaar werden revoltes onderdrukt, sloeg Lusius Quietus aanvallen in het noorden af en werd in Ctesiphon een vazalkoning aan de macht gebracht, maar de situatie bleek moeilijk in de hand te houden. Ook in Cyrene, Cyprus, Egypte en de Levant, waar Joden rebelleerden, deden zich problemen voor. Zo besloot Trajanus van een voorgenomen tocht naar Indië af te zien en terug te keren. Ernstig ziek bereikte hij Antiochië. Hij stierf, op doorreis naar Rome, op 9 augustus 117 in het Cilicische Selinus. Zijn opvolger was de door hem geadopteerde Hadrianus. Trajanus werd 63 jaar.
