Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw.

1.008.844 keer bekeken

Friesland: duit 1717

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-221170 )

Materiaal: koper

Diameter: 22 mm

Gewicht: 3 gr

Voorzijde: Een leeuwtje tussen twee versieringen, daaronder FRISIA en het jaartal tussen twee rozetten. Onder het jaartal staat een rozet tussen versieringen.

Variant jaartal met Romeinse I en kleine leeuw boven FRISIA.

Keerzijde: Gekroond wapen van Friesland met de twee gaande leeuwen boven elkaar. Het wapen is heeft nu grote krulversieringen aan de zijkant (4).

Wapen van Friesland

Muntmeester: Herbert Marinus 1704 – 1719

Muntmeesterteken: 

Slagplaats: Leeuwarden

Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend. De duiten van 1715 en 1717 zijn waarschijnlijk geslagen in navolging van een resolutie van de Staten van Friesland van 31-08-1715.

Deze duiten zijn van een zwaardere uitvoering in navolging van de andere provincies. De duit van 1715 wordt vermeld door Purmer en van der Wiel en in een lijst van J. Schulman van juni 1928 (nr.236). Ik ben hem nooit tegen gekomen en vooralsnog staat deze met een X in de catalogus als zijnde (nog) niet terug gevonden. De jaartal wijziging 1717 over 1716 was voor mij ook lange tijd onzeker maar nu is een overtuigend exemplaar bekend geworden. Er zijn dus in 1716 stempels gemaakt maar nooit gebruikt. In 1717 zijn deze aangepast naar het lopende jaar en opgebruikt.

Referentie

FRI.13

Gedetermineerd door Eric Aerts

Nederland: 5 cents 1908 ( ook wel avondkwartje genoemd )

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-221331 )

Materiaal: koper – nikkel

Diameter: 18,3 mm

Gewicht: 4,55 gr

Voorzijde: Afbeelding van een kroon tussen twee eikentakken. Tekst: NEDERLAND 1908

Keerzijde: Tussen twee samengebonden oranjetakken de tekst: 5 CENTS

Ontwerper: Johannes Cornelis Wienecke

Slagplaats: Utrecht

Slagaantal: 5.430.000

Opmerking: ‘ Avondkwartje ‘. Door de vorm en afmeting werd deze munt vooral ’s avonds verwisseld met een kwartje. Om deze reden is de munt ook weer vrij snel ingetrokken. Na slechts 3 jaren van uitgifte ( 1907 – 1908 en 1909 ), ging dit type munt roemloos ten onder… De aanmaak werd gestaakt in 1909 en deze ‘ avondkwartjes ‘ werden vervangen in 1913 door vierkante stuivers met ronde hoeken van koper – nikkel. De inwisseling van de ‘ avondkwartjes ‘ liep op 1 juli 1916 af.

Wilhelmina der Nederlanden

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Barbaarse imitatie ( onofficiële munt ): Nero

Gevonden door René Hoenselaar ( ID-221293 )

Materiaal: brons

Diameter: 15 mm

Gewicht: 3,5 gr

Voorzijde: Hoofd van Nero met stralenkroon naar rechts. Teks: ?

Keerzijde: Victoria. Tekst: ?

Vermoedelijk betreft deze bronzen munt een zgn. “Barbaarse imitatie”.. de verbasterde en bijna onleesbare randtekst is een kenmerk hiervan. Ook de stralenkroon en de toch wat stilistische afbeelding van de keizer (welke?) spreekt dit niet tegen. Germaanse muntateliers probeerden munten na te maken. Ook de zgn. Tetricus vervalsingen zijn een mooi voorbeeld hiervan. De klop (AV?) lijkt te zijn aangebracht om de imitatie te accepteren binnen hun eigen netwerk.

Gedetermineerd door Laurens Flokstra en Balten De Temmerman

Gelderland: duit 1633

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-221141 )

Materiaal: koper

Diameter: 20 mm

Gewicht: ? 

Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst DVC GEL 1626, voluit: Ducatus Gelriæ, wat betekent: Hertogdom Gelderland.

Keerzijde: Wapen van Gelderland welke wordt omgeven door een veelbogige versiering. Tekst: mt • IN • DEO • SPES • NOSTRA • (of variant), wat betekent: onze hoop in de Heer.

Wapen van Gelderland

Muntteken: Gelders kruis

Muntmeester: Johan Alewijn 1606 – 1635

Variant met klein wapenschild binnen veelbogige versiering.

De berekening van de slagaantallen is volgens de uiterste remedie (120 uit een mark). Het jaartal 1625 uit deze serie wordt afgebeeld door Verkade en wordt vermeld in de verzameling van het museum van oudheden te Nijmegen. Aan het bestaan van dit jaartal moet echter sterk worden getwijfeld. Hier is hoogst waarschijnlijk een zeer gesleten exemplaar verkeerd gelezen. De ordonnantie voor deze duiten is afgegeven in 1626 en ook worden zij pas in de muntbus vermeld vanaf 1626. Het jaartal 1625 heb ik daarom niet opgenomen. In een interessante reactie op mijn artikel over deze serie duiten in De Beeldenaar van maart/april 2009 weet Willem van den Nieuwenhof in dezelfde Beeldenaar op blz. 84/85 enkele aanvullingen te geven. Het jaartal 1628 bestaat met een 8 die lijkt op een letter S. Mogelijk heeft Verkade dit cijfer geïnterpreteerd als een 5 en daarom dit jaartal opgenomen. Tevens weet van den Nieuwenhof een nieuwe tekstvariant te melden waarbij de tekst niet begint met een (Gelders) kruis maar slechts met een wat grotere punt. Verder merkt hij op dat er duiten bestaan waar men in het stempel een punt heeft geslagen over het laatste cijfer in het jaartal. De duit 163· die hier op de site afgebeeld staat schrijft hij ook aan een dergelijke actie toe en meent onder de punt het cijfer 5 te zien, ik zie dit echter niet bij dit exemplaar.

In juni 1640 kreeg men te Harderwijk het verzoek om 30 à 40 duiten beschikbaar te stellen voor onderzoek vanwege mogelijke knoeierijen met duiten door muntmeester Johan Weijntges. Uit zijn 1e muntbus opening bleken zijn duiten al “enigszins schraal” te zijn. Er zijn volgens de muntbus nooit duiten geslagen in 1640 maar is dit jaartal wel opgenomen in sommige catalogi. Hoogst waarschijnlijk werden in dit verzoek de duiten van 1635 en 1636 bedoeld. Waarschijnlijk net als bij de bezemstuivers kwamen de klachten nogal laat. Duiten van 1640 ben ik nimmer tegen gekomen en ook de bekende musea met grote verzamelingen bezitten hiervan geen exemplaar. Het jaartal 1640 heb ik op die grond laten vervallen. Welke duiten met het jaartal 1635 door Alewijn en welke door Weijntges zijn geslagen is niet te achterhalen. De duiten van 1635 heb ik daarom allen bij muntmeester Alewijn ingedeeld. Het jaartal 1635 bestaat met een kleine 5 in het jaartal en met een normale 5 in het jaartal. Mogelijk kan de grote of kleine 5 in het jaartal een teken van onderscheiding zijn tussen de twee muntmeesters in dat jaar. Ook valt op dat de tekst op de wapenzijde van het mij bekende exemplaar met een normale 5 in het jaar begint met een open rondje. In de juni-lijst 1999 van munthandel Henzen staat onder nummer 989 een duit 1628 vermeld. Volgens de beschrijving had dit exemplaar alle letters S in spiegelbeeld. Helaas kan dit nog niet bevestigd worden en de volledige tekstvariant (nog) niet worden beschreven. De afwijkende tekst CONCORDIA RES PAR CRES GEL op exemplaren van 1633 wordt wel in verband gebracht met de herovering van Roermond (zie bij PW 1008). Aangezien Roermond in 1632 werd heroverd en er ook een exemplaar van 1636 met deze tekst blijkt te bestaan komt deze aanname op losse schroeven te staan. Het jaartal 1631 werd reeds genoemd door Purmer en van der Wiel. Van dit jaar was ik nooit overtuigende exemplaren tegen gekomen. Er bestaan wel aardig wat duiten waarop het lijkt of het hier een exemplaar van 1631 betreft maar deze hebben allen een vreemd laatste cijfer in het jaartal welke meer op een mislukte 4 lijkt dan een echt cijfer 1, zie hier een voorbeeld. Uit een oude verzameling is nu toch een overtuigend exemplaar te voorschijn gekomen en kan het jaar 1631 definitief worden opgenomen. Ook bleek Teylers museum te Haarlem een exemplaar in de collectie te hebben. Een interessante variant is een duit uit deze serie met een ontbrekend laatste cijfer in het jaartal. De munt heeft alleen de cijfers 163 met een punt daar achter.

Voorschrift: ordonnantie van de Staten van Gelderland van 1626. Uit de snede zoals “op den voet van Hollant en West Frieslant” 116 stuks is ca. 2,12 gram per stuk. Remedie van 4 stuks in het mark. De sleischat was in zijn geheel voor de muntmeester.

Referentie

GEL.82

Gedetermineerd door Eric Aerts

Heilighangertje: 20ste eeuw

Gevonden door Eddy Himpe ( ID-221204 )

Materiaal: aluminium

Afmetingen: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Afbeelding van de Maagd van de berg Carmel. Staande onder baldakijn. Tekst: VIRGO CARMELI ORA PRO ME

Keerzijde: Dionysius a Nativitate Domini en Redemptus a Cruce. Tekst: BEATUS DIONYSIUS / BEATUS RECEMPTUS

Beiden martelaren van Sumatra. Zaligverklaard door de karmelieten in het jaar 1900 als eerste martelaren van hun orde. Feestdag: 29/11

Weetje: Zeekaarten van Dionysius bevinden zich in het British Museum (was eerst schipper en handelaar en in 1638 priester, vandaar zeekaarten)

Referentie

Gedetermineerd door Grot Marmot

Lakenlood/textiellood Haarlem: 1575 – 1700

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-221153 )

Materiaal: lood

Diameter: 20 mm – 24 mm

Gewicht: 5,09 gr

Voorzijde: Het gekroonde wapen van Haarlem met een zwaard met vier sterren eromheen en een kruis erboven. Tekst HAERLEMS • GOET

Keerzijde: 33 ? ( 33 el ? ) met een rand rondom van kleine ruitjes.

Referentie

Gedetermineerd door Riemer Heinen