Uit particuliere collectie


Materiaal: tin
Afmetingen: 44,5 mm / 142 mm
Gewicht: 29,37 gr
Tinnen eetlepel met versierde steelknop.
Tinnen eetlepel met versierde steelknop.

Gedetermineerd door Paul Callewaert
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
In de middeleeuwen hoorden de lepel en het mes bij de staandaarduitrusting van de bevolking. Lepels waren erg vormgebonden, waardoor het meestal mogelijk is om deze redelijk nauwkeurig te determineren. Vorken waren er wel in die tijd, maar deze werden hoofdzakelijk gebruikt bij de bereiding en voor het opdienen maar niet om mee te eten. Dit deed men volgens etuquette met de handen want de handen waren de meest voor de hand liggenden manier om vast eten te hanteren. Het duurt zeker tot het einde van de 17e eeuw dat de eetvork echt ingeburgerd raakt. Hoewel ook dan lang niet iedereen van het nut ervan doordrongen was. Zo schrijft Justus van Effen nog in 1733. ‘ Wat belet de handen die behoorlijk gereinigt zyn, zo zuiver te wezen als een geschuurde of wel gewassen vork ‘.
De lepel bestond al sinds langere tijd maar vanaf ongeveer 1400 werden ze ook van metaal gemaakt en dan vooral van tin maar ook van geelkoper en zilver, met de 15e en de 16e eeuw als hoogtepunt. Tinnen lepels werden altijd gegoten maar dit gold niet voor alle koperen lepels. De vroegste koperen lepels werden namelijk uit een plaat koper geknipt en vervolgens in vorm gehamerd. Lepels van na 1500 zijn bijna altijd van een merk voorzien met uitzondering van de moderne vertinde lepel. Het gaat hierbij dan om keurmerken en of het merk van de tinnengieter. Bron: Gezocht en Gevonden, bodemvondsten uit Gent
Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: tin
Afmetingen: 24 mm / 28 mm
Gewicht: 3,57 gr
Moeilijk een juiste datering te bepalen ! De periode 1250-1350 zou best kunnen, zo zijn ook lepelbakjes gekend met twee vissen en worden wel eens wierookschepjes genoemd. Eerlijkheidshalve zou ik de lepeltjes met de heraldische wapenschilden op de lepelbak eerder dateren in de periode 1325-1400 naar model en tijdsbalk van de heraldische wapenschild insignes. Deze vorm van tekening, het gearceerd veld met het kruis zie je ook terug op diverse pelgrimsampulen en ook hier weer zitten we rond de tijdsbalk van ca. 1350-1400. Normaal zijn wapenschilden uit de 13e eeuw veel scherper gepunt dan deze uit eind 14e of 15e eeuw, maar we hebben hier dan ook te maken met een lepelbak, waardoor het wapen dan ook de vorm aanneemt van de lepel, zodat het schildhoofd hier eerder rond word gemodelleerd.
Gedetermineerd door Paul Callewaert en Michel Krijgsman
Gevonden door Den Eburoon

Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 10 mm / 30 mm
Gewicht: 4 gr
Een staf met kalebas is Jacobus de Meerdere, beter bekend als/van de route naar Santiago de Compostelle. ( Sant Iago = heilige Jacobus / Campo Sella = veld onder de ster(ren) ofwel begraafplaats onder de sterren ).
Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Smeets Nick

Materiaal: zilver
Afmetingen: 16 mm / 39 mm
Gewicht: 4,53 gr
ALMELO onder het gekroond van Almelo met ondferaan stempeltje BIV
Gedetermineerd op facebook
Gevonden door Michel Faber


Materiaal: alpaca ( zilverkleurige metaallegering van koper, zink en nikkel )
Lengte: 190 mm
Afmetingen bak: 50 mm / 55 mm
Gewicht: 51,66 gr
Gedetermineerd door Michel Dullers