Voorzijde: In een parelcirkel een aanlegsteiger met vijf dwarsbalken en aan beide uiteinden vier bolletjes opgesteld in ruitvorm. Langs beide zijden van de steiger een liggend waaiervormig symbool met 4 armen tussen twee bolletjes. Teks: Anepigrafisch.
Keerzijde: In een parelcirkel een Brabants kruis met vier dwarsstrepen in de armen en in de kwartieren afwisselend een (gepunte?) ring en een gestileerd takje (zie scan) verbonden met het midden.
Datum: z.j. ca. 1235-1252
Slagplaats: Brussel
Opmerking: Wegens staat van het muntje is niet alles duidelijk ter determinatie.
Lit: A Haeck 310 var a (= 2.9e41/H1a15b); Vanhoudt atlas G 79
Muntheer: Anoniem onder Otto III van Holland, bisschop van Utrecht, 1234-1249.
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 0,9 gr
Voorzijde: Buste van de bisschop met tonsuur van voren, in de rechterhand een palmtak en in de linkerhand een evangelie. Tekst in een dubbele parelcirkel: ✠ S . MARTINVS (Hier retrograde?); patroonheilige van het bisdom.
Keerzijde: Een kort breedarmig kruis met een parel op het eind van elke arm en met in de kwartieren P – A – X – ★ Tekstt in een dubbele parelcirkel: ✠ IN . DAVЄNTRIA
Datum: z.j. ca. 1234 – 1245 (de periode tussen zijn verkiezing en zijn effectieve wijding tot bisschop).
Slagplaats: Deventer
Lit ref: Van der Chijs VIII-1 (Voor sede vacante 1226-1228); De Mey Utr 178 (Voor sede vacante 1233-1234); A Cruysheer 2022, p. 207-208 (Voor Otto III); Bron foto Nationale Numismatische Collectie, inv.nr. DNB-00263
Muntheer: Albrecht & Isabella, landvoogden van de Zuidelijke Nederlanden, 1598-1621.
Materiaal: zilver 896 / 1000
Diameter: ?
Gewicht: ?; uitgifte: 3,06 gr
Voorzijde: Het gekroond wapenschild van de landvoogden omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies. Tekst: ALBERTVS.ET.ELISABET.D:G.
1: Hongarije: in rood 3 zilveren balken. 2: Bohemen: in rood een zilveren leeuw. 3: Castilië: in rood een gouden kasteel, blauw gesloten en verlicht. 4: Leon: in zilver een goud gekroonde purperen leeuw. 5: Aragon: in goud vier rode palen. 6: Sicilië: schuingevierendeeld met in de bovenste en onderste halve ruit in goud 4 rode palen (Aragon), in de twee halve zijruiten in zilver een zwarte adelaar (Hohenstaufen). 7: Portugal: in zilver 5 blauwe schildjes (geplaatst 1.3.1) beladen met 5 pesanten van zilver (geplaatst 2.1.2). Een rode schildzoom beladen met 7 gouden kastelen (quinas). 8: Oostenrijk: in rood met een zilveren dwarsbalk. 9: Nieuw Bourgondië: blauw met gouden lelies, een schildzoom geblokt van rood en zilver. 10: Oud Bourgondië: geschuinbalkt van goud en blauw van zes stukken en rood omzoomd. 11: Brabant: in zwart een gouden leeuw, rood getongd. 12: Vlaanderen: in goud een zwarte leeuw, rood getongd. 13: Tirol (in zilver een rode adelaar, gekroond, gebekt, en gepoot van goud. De vleugels beladen met twee gouden klaverbladstengels.
Keerzijde: Gekroond Bourgondisch takkenkruis met onderaan het juweel van het Gulden Vlies, ter weerszijde de initialen A en E. Tekst: ARCHIDVCES.AVST.DVCES.BVRG.ET.BRAB.Z.
De houtinleg symboliseert het houten kruis waaraan Jezus gekruisigd werd. Met het bij zich hebben of dragen toonde men uiterlijk dat men christen was en niet één of andere heidenen.