Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP CAES VESP AVG P M COS IIII
Keerzijde: Concordia zittend naar links met een patera in de linkerhand en een hoorn des overvloeds in de rechterhand vast. Tekst: CONCORDIA AVGVSTI
Slagplaats: Antiochië
Lit: RIC-1554; RSC 74; RPC 1927
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Titus Flavius Vespasianus, bekend als Vespasianus werd geboren in Falacrinae, een dorpje ten noordoosten van Rome op 17 november 9 als zoon van Titus Flavius Sabinus (vader) en Vespasia Polla (moeder). Hij Romeins keizer van 1 juli 69 tot 23 juni 79. In het jaar 69 na Christus kwam er een ommekeer in het Romeinse Rijk. Na de dood van Nero, de laatste keizer van het Juliaans-Claudiaanse huis, streden in het vierkeizerjaar een aantal pretendenten om de troon. Vespasianus wist deze burgeroorlogen in zijn voordeel te beslissen en werd de eerste Romeinse keizer uit de Flavische dynastie. Als keizer droeg hij de naam Imperator Caesar Vespasianus Augustus. Tijdens zijn tienjarige heerschappij slaagde hij erin om het Rijk zowel politiek als financieel te stabiliseren. Hij stelde zijn heerschappij in de lijn van de Juliaans-Claudiaanse traditie. Hierbij knoopte hij met name aan bij Augustus en probeerde hij zo veel mogelijk afstand van Nero te nemen. Voor de pax Augusta kwam een pax Flavia in de plaats. Zijn fiscale beleid drong de tijdens het bewind van Nero opgebouwde staatsschuld sterk terug en stelde hem in staat een actief bouwprogramma uit te voeren; De budgettaire situatie verbeterde voornamelijk door invoering van nieuwe belastingen, herinvoering van eerder afgeschafte belastingen en belastingverhogingen. Vespasianus bevorderde kunst en literatuur en maakte zich sterk voor de integratie van de belangrijke Italiaanse families in de Senaat. Door zijn militaire ervaring en connecties, bekwame propaganda en grotendeels uitstekende relatie met de Senaat, was hij een populaire en succesvolle keizer. Toen Vespasianus aantrad, werd Rome op vele plekken ontsierd door brandschade en vervallen gebouwen. Hij gaf daarom toestemming aan wie dat maar wilde braakliggend terrein in bezit te nemen om er zelf iets te bouwen. Hij zorgde ervoor dat het Capitool herbouwd werd, waarbij hij zelf symbolisch de eerste stukken puin wegdroeg. Verder liet hij een tempel voor de vrede en een tempel voor de vergoddelijkte Claudius bouwen. Door alle willekeur van Caligula en Nero was het aanzien van de keizer niet geweldig. Om zijn positie onder het volk te versterken begon Vespasianus met de bouw van het Colosseum: een enorme schouwburg die vijfenzeventigduizend toeschouwers kon herbergen (50.000 zitplaatsen en 25.000 staanplaatsen). Aan de bouw hiervan zou verder gewerkt worden onder het bewind van Titus en Domitianus zou het Colosseum afmaken. De ruïnes ervan zijn nog steeds een trekpleister voor toeristen. Vespasianus was zich bewust van zijn nederige afkomst en gedroeg zich als keizer zo veel mogelijk als een gewoon burger. Ook had hij respect voor het volk. Zo trok hij, in tegenstelling tot zijn voorgangers, zelf zijn kleren aan, en werden mensen die zijn stamboom probeerden terug te voeren tot de stichters van Reate, door hem in hun gezicht uitgelachen. Vespasianus gedroeg zich lankmoedig tegenover anderen en nam geen wraak op personen die hem voor zijn keizerschap onheus bejegend hadden. Veel dingen deed hij met een grapje af. Zo had Mestrius Florus, een oud-consul, Vespasianus erop gewezen dat hij “plaustra” en niet ”plostra” moest zeggen. De volgende dag sprak Vespasianus hem aan met “Flaure” in plaats van zijn naam (bij aanspreking in de vocatief) Flore (‘Flaure’ verwijst wellicht naar Grieks φλαῦρος, dat zoiets als ‘sjofel’ betekent). Dat Vespasianus humor bezat bleek zelfs bij zijn overlijden. Naar verluidt zouden zijn laatste woorden zijn: “Ik geloof dat ik nu een god ga worden.” Ook tijdens de begrafenis werden er nog grappen gemaakt over de legendarische zuinigheid van Vespasianus. Het was gebruikelijk dat tijdens een begrafenis een acteur de overledene imiteerde. De acteur die een masker van Vespasianus droeg, vroeg hoeveel de begrafenis kostte. Toen er gezegd werd dat dit tien miljoen sestertiën was, riep de acteur dat ze hem honderdduizend sestertiën moesten geven, en zijn lijk maar in de Tiber moesten gooien. Vespasianus stierf op 23 juni 79 op 69-jarige leeftijd.
Voorzijde: Binnen een samengebonden krans van laurier- en eikentakken een Roemeense kroon met daaronder het jaartal 1873. Onder de krans de naam STERN van de graveur, en bovenaan de munt bevond zich het muntteken van de munt in Brussel.
Keerzijde: In het veld boven een kleinere samengebonden krans van laurier- en eikentakken de waarde 50 BANI. Bovenaan ROMANIA
Graveur: Stern
Muntteken:
Slagplaats: Brussel
Slagaantal: 4.810.000
Het enige andere jaar waarin deze munt werd geslagen was 1876, met 2.116.980 exemplaren van dezelfde munt. De munt stond in de Roemeense regio Moldavië (nu de natie Moldavië ) bekend als een Dutcă, naar de zilveren munten van Polen en Rusland die in Roemenië circuleerden. In de regio Walachije stond hij bekend als een băncutjă.
Voorzijde: Initiaal IHS met op de H een latijns kruis (In Hoc Signo). Daaronder een vlammend hart. De rest is versiering
Keerzijde: Verweven monogram MA van Maria. Daarboven een kroon en onderaan drie nagels. De rest is versiering. I en R staan apart, betekenis tot hiertoe onbekend.
De inhoud kan divers zijn. Naar geloof toe een partikel van een heilige (maar dan zou er een certificaat moeten bijzijn – mogelijk verloren in de tijd. Op persoonlijk vlak, haar, tand, as van een familielid of geliefde (kind, eega, enz…).