Muntheer: Henry VI van Engeland, 1422 – 1461 en 1470 – 1471
Materiaal: zilver
Diameter: 19,5 mm
Gewicht: 1,4 gr
Voorzijde: Gekroonde buste van de koning in vooraanzicht in een dubbele negenpas, klavertjes aan de binnenhoeken, een ringetje ter weerszijde van de nek. Tekst: ✙ hЄnRIC’x DI’x GRA’x RЄXx AnGL’ x Z x FR., (x = twee liggende kruisjes boven elkaar).
Keerzijde: Lang gevoet kruis tot aan de rand, in de kwartieren telkens drie bolletjes, in het tweede en derde kwartier nog een extra ringetje tussen de drie bolletjes. Tekst buitenbaan: ✙ POSVI °/ DЄVm xx A / DIVTOR / Є xx mЄVm. (x = twee liggende kruisjes boven elkaar). Tekst binnenbaan: VIL / LA xx / CAL / IS’ * , (x = twee liggende kruisjes boven elkaar)
Administratief nummer. Op de meeste accijnsloodjes staat een administratief nummer. Iedere belastinginspecteur had een eigen (priseer/plombeer)tang met hierin een nummer. Zo kon men zien wie desbetreffende goederen had gepriseerd/geplombeerd. Omdat dit vaak lokale mensen waren is het niet vreemd dat je in een bepaald gebied vaak hetzelfde nummer tegen komt. In dit onderzoek ga ik er vanuit dat de uitgaven van de nummers op volgorde is van laag naar hoog. De laagste nummers binnen een groep zijn dus ook de oudste binnen een groep. Over het algemeen wordt aangenomen dat aan het begin van de tweede wereldoorlog, men is gestopt met het aanbrengen van loden accijnszegels.
Een leeuwtje tussen twee versieringen, daaronder FRISIA in één regel en het jaartal tussen twee X-en. Onder het jaartal een rozet tussen versieringen.
Variant Jaartal met Arabische 1 waarvan de voet is gespleten en kleine leeuw boven FRISIA.
Keerzijde: Gekroond wapen van Friesland met twee gaande leeuwen boven elkaar. Het wapen heeft aan de rand weer versieringen (4).
Wapen van Friesland
Muntmeester: Daniël Valckenier 1659 – 1688
Muntteken:
Slagplaats: Leeuwarden
Ik schreef eerder dat aan de jaren 1684 en 1688 die hier en daar vermeld werden sterk getwijfeld moest worden. Het jaar 1684 is nu met duidelijk jaartal terug gevonden (zie foto) en is ook gemeld in het Fries museum te Leeuwarden maar deze kan ik nog niet bevestigen. Het KPK, nu opgenomen in het nationale geld en bankmuseum zou een 1688 bezitten maar deze heb ik daar niet terug gevonden. In het jaar 1687 zijn geen duiten geslagen en mogelijk wilde de muntmeester in 1688 hier weer mee beginnen maar werd hem dit verboden. De exemplaren die wel voor 1688 worden aangezien zijn van 1685. De 5 in dat jaartal is soms zo gevormd dat deze op een cijfer 8 lijkt. Van de jaren 1686 en 1691 bestaan valse exemplaren. Beide jaren zijn met 1 exemplaar aanwezig in de vondst Brabant 1701. Soms komen misslagen of foutslagen voor zoals DEZE van Friesland. Waarschijnlijk is een geslagen duit aan het stempel blijven hangen en heeft niet het stempel maar de aanklevende munt een zijde van de munt geslagen. Een exemplaar met het jaartal 1686 is bekend overslagen over een Franse Double Tournois, zie HIER.
Lit: P. Callewaert, 2024 Penninxckens van Brugghe,Bedelpenningen. pag.281 B.BP.03; Niet vermeld in de literatuur van A. Deschodt en Minard-Van Hoorebeke.