Gevonden door Martijn Aarts
Materiaal: koper
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst in 4 regels ·D· / GEL / RIÆ / 1665· Voluit: ducatus Gelriæ, wat betekent: hertogdom Gelderland.
Keerzijde: Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: .IN. DEO. SP. NOS. (of variant). Voluit: in Deo spes nostra, wat betekent: onze hoop in de Heer.

Wapen van Gelderland
Muntmeester: Paulus Sluysken (vader) 1653 – 1687
Muntmeesterteken: zittend hondje, komt niet op de duiten voor.
Slagplaats: Harderwijk
Ondanks dat de eerste resolutie dateert van 7 maart 1663 zouden er volgens Purmer en van der Wiel duiten bestaan met het jaartal 1662. Ik heb deze nergens aangetroffen. De sleischat van het kopergeld was volgens de resolutie van 7 maart 1663 voor de muntmeester maar hij moest wel zelf de kosten voor de stempels dragen. Het jaar 1666 zou aanwezig zijn in de collectie van Teylers museum te Haarlem. Dat is dit exemplaar maar mij lijkt het eerder een 1665. Oordeel zelf. Vanaf 1676 is men begonnen met het maken van typen met een gewijzigd wapenschild. De jaren 1676 en 1678 bestaan zowel met het ‘oude’ wapenschild van het type I als met het ‘nieuwe’ wapenschild van het type II.
Voorschrift: resolutie 7/17 maart 1663 van het Hof en rekenkamer van Gelderland. Uit de snede 120 is ca. 2.0507 gram per stuk. De remedie bedroeg 4 stuks. Het voorschrift is gewijzigd volgens resolutie van 12 november 1678. Het aantal stuks uit de snede werd gewijzigd naar 116, ca. 2,121 gram per stuk. Ook weer met een remedie van 4 stuks. De sleischat was in zijn geheel voor de muntmeester.
Referentie
GEL.94
Gedetermineerd door Eric Aerts