Gevonden door Lorre Naessens

Materiaal: koperlegering
Diameter: 30 mm
Gewicht: 11 gr
Gedetermineerd door Jean Pierre Parent
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Piet Baccaert

Materiaal: koperlegering
Diameter: 27,15 mm
Gewicht: 3,67 gr
Voorzijde: Gekanteld wapenschild van Philips met daarboven een Bourgondisch vuurijzer. Tekst: ✠ QVI : BIEN : IETRA : LE COMPTE : TROVERA
Keerzijde: Juweel van de orde van het Gulden Vlies, hangend tussen twee Bourgondische vuurijzers. Tekst: ✠ IETOIRS : POVR : LE CAMBRE : DES : COMPTES

Lit: J.F. Dugniolle, No.92 en M. Mitchiner, Volume I, blz. 255, No. 797.
Gedetermineerd door Jan Ooms
Gevonden door Tim Vrancken

Materiaal: koperlegering
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Binnen een voluut met daarboven een stip het regimentsnummer 92
Keerzijde: Blanco met een mandvormige bevestiging
De mandvormige bevestiging zorgde, vergeleken met een gewone bevestiging, voor een grotere weerstand tegen beschadiging (breuk). Na de eerdere ervaringen van de troepen van Napoleon met knopen die door strenge vorst uit elkaar vielen (knopen gemaakt van zink-loodlegeringen), kwam er meer aandacht voor de kwaliteit en duurzaamheid van militaire knopen.
Oudere knopen waren helemaal niet gemerkt en het overgrote deel van de knopen die met de giettechniek werden gemaakt, hadden ook geen merktekens van de fabrikant. Sommige fabrikanten hebben hun producten niet of slechts tijdelijk niet gemarkeerd (bijvoorbeeld bij de start van hun activiteit). Franse militaire knopen uit de periode van de Napoleontische oorlogen waren meestal niet gemerkt, vooral die met een mandvormige bevestiging. Omdat er geen handtekening op het product staat, is het lastig om conclusies te trekken over de fabrikant of het land van herkomst. De enige aanwijzing is de constructie van de knop. In bepaalde situaties kan dit handig zijn bij het toewijzen van een bepaalde knop aan een fabrikant, land of tijdperk.
Gedetermineerd door Muad Dib
Gevonden door Donny Benjaminsz

Materiaal: koperlegering
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Rijksappel met daarboven een gevoet kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten. Tekst: * GLVCK . BESCHERT IST . VN GEWERT.
Keerzijde: Afwisselend drie lelies en drie kronen om een centraal roosje. Tekst: * HANNS KRAVWINCKEL . IN . NVRENBE of variant.

Lit: M. Mitchiner, Volume I, blz. 437. Niet nader te determineren !
Gedetermineerd door Jan Ooms
Gevonden door Tom Devos

Muntheer: Stad Brugge onder graafschap Vlaanderen
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 0,4 gr
Voorzijde: In een parelcirkel een gehelmde krijger, (met helmtooi?), gaande naar rechts met in de rechter hand een geheven zwaard en in de linker een gegeerd wapenschild. Voor het wapenschild geen symbool. Tekst: anepigrafisch.
Keerzijde: In een parelcirkel een kort kruis waarvan de armen getopt zijn met een gevoete lelie. Tekst: anepigrafisch.
Datum: z.j. ca. 1253-1259
Slagplaats: Brugge
Lit: J Ghyssens 417; Vanhoudt atlas G 2397; A Haeck Vl 154
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Brynckminator Brynckminator

Materiaal: zilver
Diameter: 16 mm
Gewicht: 1,62 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: L SEP SEV PERT AVG IMP III
Keerzijde: Jupiter zittend naar links, in de rechterhand Victory en in de linkerhand een scepter. Tekst: PM TRP II COS II PP
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 34; RSC 380
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.