Voorzijde: DVC CLIVIÆ ( jaartal 1692 ) in drie regels omgeven door versieringen.
Keerzijde: Gekroond wapen van Kleef, vastgehouden door 2 leeuwen. Onder het wapen is een versiering aangebracht.
Wapen van Kleef
Muntmeester: ?
Slagplaats: Kleef
Munt geslagen onder Friedrich II von Brandenburg, hertog van Kleef 1688 – 1701.
Op 5 juli 1695 verscheen een plakkaat van de Staten-Generaal waarin de Kleefse duiten met name werden genoemd als verboden payement. De stad Haarlem vaardigde op 9 oktober 1697 ook een verbod uit tegen Kleefse duiten. Het jaartal 1698 is ooit gemeld bij het KPK maar staat voorlopig nog met een X (niet aangetroffen) totdat ik een overtuigend exemplaar heb gezien. Mogelijk kunnen ook de jaren 1693 en 1694 bestaan maar deze heb ik tot nog toe nergens aangetroffen. In de vondst “Brabant 1701” zaten 172 Kleefse duiten waarvan 163 van dit type. Dit grote aantal geeft aan dat deze duiten in grote hoeveelheden de Nederlanden binnendrongen en voor overlast zorgden. Opvallend is dat tussen de exemplaren in deze vondst het jaartal 1698 niet aanwezig was, alleen de jaren 1692, 1695, 1696 en 1697 en ook de jaartalwijzigingen 1696/95 en 1697/96. Van 1696 bestaat een stempel waarbij de L in CLIVIAE in het midden een extra horizontaal stukje heeft, zie HIER een afbeelding.
NB: In de vondst “Brabant 1701” zaten een vijftal valse Kleefse duiten met afwijkende tekening van de leeuwen en het wapen en met afwijkend lettertype. Ook waren 3 exemplaren aanwezig met op de voorzijde de tekst DVC CLIVIAE in afwijkend lettertype en op de keerzijde het wapen van Utrecht (1x) en een gekroond wapen met een leeuw naar links (2x). Een andere aardige vervalsing is een type met de foute tekst CILVIAE en het wapen van Utrecht op de keerzijde. Een mogelijke herkomst van deze duiten kan Gronsveld zijn omdat de wapens op de keerzijde gelijkenis vertonen met die op de Gronsveldse duiten van Jan Frans van Bronckhorst (type GRONS.16).
Voorschrift: geslagen volgens bepalingen geldend in het Duitse rijk.
Het betreft twee fibula’s in Borre stijl, “Viking” dus. De typische dierenkopjes vormen de puntige uiteinden en komen samen middels een soort kruisvorm centraal in een bolvormig punt. Het geheel is versierd maar dusdanig klein dat ikzelf niet verder durf te gaan met schoonmaken dan dit.
Deze zouden door vrouwen werden gedragen, zowat tussen 850 en 1000.
Muntheer: Jan van Eppes, prinsbisschop van Luik, 1229-1238
Materiaal: zilver
Diameter: 12 mm
Gewicht: 0,77 gr
Voorzijde: Gemijterde buste ten halve lijve van de bisschop 3/4 naar links. In de rechter hand een kromstaf naar binnen gekeerd houdende en op de borst het evangelieboek. Tekst: I / Oh’S; voor Johannes, Jan.
Keerzijde: Een perroen met aan weerszijden een vogel. Tekst: hOIE / NSES; voor Hoei.