Gevonden door Robin Vastenhout

Materiaal: brons
Diameter: ?
Gewicht: ?
Verdiepte vlakken opgevuld met email. Hier is de email niet meer zichtbaar.
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Robin Vastenhout

Materiaal: brons
Diameter: ?
Gewicht: ?
Verdiepte vlakken opgevuld met email. Hier is de email niet meer zichtbaar.
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
Gevonden door Robin Vastenhout

Muntheer: Stedelijke muntslag onder graafschap Vlaanderen.
Materiaal: zilver
Diameter: 10 mm
Gewicht: ? uitgifte; 0,32 gr
Voorzijde: In een dubbele parelcirkel vier ringetjes evenredig verdeeld. In het veld twee lelies naar elkaar toegekeerd met het middelste bloemblad gemeenschappelijk, erboven een ster, eronder een maansikkel. Tekst: Anepigrafisch
Keerzijde: In een dubbele parelcirkel het omschrift. In het veld een kort sterk gevoet kruis met in het eerste en vierde kwartier een maansikkel en in het tweede en derde kwartier een parel. Parels (?) en maansikkels met een steeltje verbonden met het midden van het kruis. Tekst: ✠ SIMON
Datum: z.j. ca. 1140-1180
Monetarius: Simon
Slagplaats: Arras
Opmerking: Wegens de staat en de kwaliteit van de foto’s zijn niet alle details zichtbaar voor een exacte determinatie.
Lit: J Ghyssens 102e; Bron voorbeeld: Les mailles M 61
Gedetermineerd door rimidi
Bodemvondst Jacobsmarkt Turnhout. Collectie, Erfgoed Noorderkempen.

Catechismuspenning bedevaartskapel Onze-Lieve-Vrouw ten Troost. Ook Lokerenkapel genoemd.
Materiaal: lood
Diameter: 16 mm
Gewicht: 3,98 gr
Voorzijde: Binnen een gladde cirkelrand/boord een Christelijk kruis met breed uitlopende kruisarmen.
Keerzijde: Een lelie
Datering: z.j. ca. 18e eeuw.
Aanmaakplaats: z.pl. Turnhout.
Verwijzing naar de zuiverheid en reinheid van de H. Maagd Maria. De Onze-Lieve-Vrouw ten Troostkapel werd op 21 november 1714 ingewijd, en diende oorspronkelijk voor catechismusonderricht en werd er op zondagnamiddag de rozenkrans gebeden. Na onverklaarbare genezingen na het aanbidden van Maria werd dit een bedevaartskapel en werd er elke zondag een mis opgedragen. De penning is mogelijks een Catechismuspenning die werd uitgereikt aan de leerlingen die de lessen bijwoonden, en deze penning na de lessen konden omruilen in een of andere vorm van natura.
Gedetermineerd door Paul Callewaert
Gevonden door Christophe Derycker

Materiaal: koperlegering
Lengte: 77 mm
Gewicht: 13,8 gr
In de Middeleeuwen waren kaarsen in het donker de voornaamste lichtbron en er waren er veel nodig om een grote kamer te verlichten. Tegen 1450 waren er snuiters uitgevonden om ze allemaal uit te krijgen. Er waren twee soorten. De ene bestond uit een kleine bronzen kegel aan een staaf om bij kaarsen te kunnen die hoog waren geplaatst. De andere leek op een schaar. Terwijl de kaars werd gedoofd, werd de lont geknipt. Eeuwen later kwamen er lonten die vanzelf korter werden. Dezen worden tot op heden nog gebruikt.

Gedetermineerd door Tom Devos
Gevonden door Jp Brusselman

Materiaal: zilver
Diameter: 20 mm
Gewicht: 3,65 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: SEVERVS PIVS AVG
Keerzijde: Roma zittens naar links, met palladium in rechterhand en speer in de linkerhand, rond schild eronder. Tekst: RESTITVTOR VRBIS
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 288; RSC 606; BMC 359
Gedetermineerd door Jelle Venema
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.
Gevonden door Robin Vastenhout

Muntheer: Floris IV, 1222-1234 of Willem II, 1234-1256 graven van Holland.
Materiaal: zilver
Diameter: 12 mm
Gewicht: ?; uitgifte: ca. 0,52 gr
Voorzijde: Buste van de graaf met gravenmuts naar rechts binnen omschrift tussen parelranden. Tekst: x FLORENS.
Keerzijde: Kort dubbel kruis met bolletjes aan de uiteinden binnen omschrift tussen parelranden. Teks: x HOLLANT.
Datum: z.j. ca. 1222 – 1252.
Slagplaats: Vermoedelijk Dordrecht
Opmerking: Willem II graaf van Holland sloeg zelfde penningen als zijn vader, omschrift incluis, het is moeilijk beiden te onderscheiden al neemt men aan dat de stempels van Willem II slordiger gesneden zijn of gebruik gemaakt werd van versleten stempels van zijn vader.

Lit: J.J. Grolle 9.1 & 10.1.1
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Robin Vastenhout

Muntheer: Stedelijke muntslag onder graafschap Vlaanderen.
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: ?; uitgifte: ca. 0,32 gr
Voorzijde: In een dubbele parelcirkel vier ringetjes evenredig verdeeld. In het veld twee lelies naar elkaar toegekeerd met het middelste bloemblad gemeenschappelijk, erboven een ster, eronder een maansikkel. Tekst: Anepigrafisch
Keerzijde: In een dubbele parelcirkel het omschrift. In het veld een kort sterk gevoet kruis met in het eerste en vierde kwartier een maansikkel en in het tweede en derde kwartier een parel. Parels (?) en maansikkels met een steeltje verbonden met het midden van het kruis. Tekst: ✠ SIMON
Datum: z.j. ca. 1140-1180
Monetarius: Simon
Slagplaats: Arras
Opmerking: Niet alle details zijn zichtbaar voor een exacte determinatie.
Lit: J Ghyssens 102e; Bron voorbeeld: Les mailles M 61
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Robin Vastenhout

Muntheer: Stad Brussel onder hertogdom Brabant.
Materiaal: zilver
Diameter: 12 mm
Gewicht: ?; uitgifte; ca. 0,50 gr
Voorzijde: In een parelcirkel, tussen twee waaiervormige elementen met vijf armen (tussen twee bolletjes?), een aanlegsteiger met vijf dwarsbalken met op de uiteinden een “U” vormig element. Tekst: Anepigrafisch.
Keerzijde: In een parelcirkel een Brabants kruis met drie dwarsstrepen (type H1 A Haeck) met in de kwartieren een gepunte ring afwisselend met een drieblad met steel verbonden met het midden van het kruis.
Datum: z.j. ca. 1235-1252
Slagplaats: Brussel

Lit: A Haeck 290 en var
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Jp Brusselman

Materiaal: biljoen ?
Diameter: 20 mm
Gewicht: 2,60 gr
Voorzijde: Buste met diadeem en gedrapeerd naar rechts, op halve maan geplaatst. Tekst: SALONINA AVG
Keerzijde: Felicitas staande met het hoofd naar links, leunend op de kolom, hoorn des overvloed vasthoudend. Tekst: FELICIT PVBL
Slagplaats: Milaan
Lit: RIC V.1 61; MIR 1302r; RSC 51
Gedtermineerd door Jelle Venema
Julia Cornelia Salonina Crysogone, kortweg Salonina, geboordetaum niet bekend. Zij was Romeins keizerin (254-268) en echtgenote van keizer Gallienus. Behalve de enorme hoeveelheid munten met naam, titel en portret die van haar zijn gevonden, weet men eigenlijk bitter weinig van haar. Zij was van Griekse of in ieder geval Griekstalige oorsprong. Zij trouwde met Gallienus rond 240 en haar werd behalve de gebruikelijke titel Augusta (verhevene, keizerin) ook de titel mater castrorum (“moeder der legerkampen”) toegekend. Op sommige “provinciale” munten wordt ze Crysogone genoemd, Grieks voor “voortgebracht door goud”. Zij kreeg drie kinderen: Valerianus II, Saloninus en Egnatius Marinianus, hoewel het bestaan van de laatste wordt betwist. Salonina werd samen met haar man rond september 268 in Milaan vermoord door Claudius II ‘Gothicus’.