Gesp met gespplaat: type enkelvoudige lus, rechthoekig 11e eeuw – midden 13e eeuw

Gevonden door Lawrence Balcaen

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: 22 mm / 48 mm

Gewicht: 10 gr

De plaat maakt integraal deel van de gesp. De plaat is versierd met zigzaglijnen Aan de onderkant vermoedelijk een afgebroken hak die kan duiden dat deze als sporengesp is gebruikt geweest.

Gedetermineerd door Jean Pierre Parent

Leeuwarden: Penning, denarius ca. ca 1047 – 1056

Gevonden door Martijn Aarts

Muntheer: Bruno III van Brunswijk, graaf van Friesland, ca. 1038-1057.

Materiaal: zilver

Diameter: 16 mm

Gewicht: – 1 gr; vermoedelijk ca. 0,7 gr

Voorzijde: In een gladde cirkel de buste van de Duitse keizer Heinrich III met kruisscepter naar rechts. Tekst: ✠ HENRICVS I•E of variant, voor Henricus Imperator (? Puister JNGMP 1960, p. 15/16).

Keerzijde:  In een horizontale balk van langwerpige parels met aan weerzijde een dikke parel de naam van de graaf  • BR • VN •. Tekst: In een boog onderaan en bovenaan de muntplaats: LIVΛ – VERO een verbastering voor LIVNVIRT, Leeuwarden

Datum: z.j. ca. 1047-1056

Slagplaats: Leeuwarden

Lit: P Ilisch, KNGMP 1997/8, 21.14 en varianten; Dannenberg 502 en varianten; van der Chijs , I-II.1/13. Voorbeeld: bonatiele.nl

Gedetermineerd door rimidi

Ottoons hoofdstel of sporengesp ca. 1000 – 1200

Gevonden door Riemer Heinen

Materiaal: brons

Afmetingen: 19,5 mm / 30 mm

Gewicht: 5,41 gr 

sporengesp

Gedetermineerd door Eric Aerts en Jean Pierre Parent

Ottoonse teugelspanner: ca. 950 – 1200

Gevonden door Vnff Jll

Materiaal: brons

Afmetingen: ?

Gewicht: ?

Afbeelding van een door Wessel Spoelder geschreven artikel in de Detector amateur nummer 161 en 162 

In de context van middeleeuws paardentuig is een teugelspanner (ook wel bekend als teugelverdeler of riemverdeler) een essentieel metalen onderdeel dat de verbinding tussen verschillende riemen van het hoofdstel regelt. Op basis van zie afbeelding en historische bronnen zijn dit de belangrijkste kenmerken:

Functie: Het zorgt voor de bevestiging en een stabiele overgang tussen de bitring en de teugel. Het helpt de druk op het bit gelijkmatig te verdelen en voorkomt dat riemen in de war raken of verschuiven tijdens het rijden.

Materiaal en Vorm: Deze objecten werden meestal gegoten uit een koperlegering of brons. Ze variëren in vorm van eenvoudige ringen tot rijk versierde, kruisvormige of opengewerkte beslagstukken, vaak met zoomorfe (dierlijke) of geometrische motieven.

Datering: De exemplaren op de afbeelding, zoals de Ottoonse varianten, dateren vaak uit de periode tussen 950 en 1200 na Christus.

Gedetermineerd door Wessel Spoelder

Maastricht: Denier, type Keulse imitatie na 1036-1039 en hoogstwaarschijnlijk tussen 1040 en 1050.

Gevonden door Ignas Vermeulen

Muntheer: Anonieme emissie onder Luikse bisschop, Nithard (1037-1042), Wazon (1042-1048) of Theoduinus (1048-1075) en/of Hendrik III koning/keizer van het Heilig Roomse Rijk (1039-1056)

Materiaal: zilver

Diameter: 15 mm – 17 mm

Gewicht: 0,55 gr

Voorzijde: Een kort gevoet kruis met in eerste en vierde kwartier een parel en in het tweede en derde kwartier een klein kruisje. Tekst: ✠ H[…]OTGERVS IPN (andere lezen IDNI), voor “IMperator + H(enricus)OTGERVS”; Onderlijnde leesbaar, “S” is liggend.

Keerzijde: Een tempelgebouw met een trede naar Keuls voorbeeld, links en rechts ervan een ring. In de tempel het opschrift “COLO – NIA” over twee lijnen. Tekst: […]NON[…]ETRAICT[VM?], voor MONeta TRAIeCTensis; Onderlijnde leesbaar.

Monetarius: Otger ca. 1035-1050

Jaartal: z.j. na 1036-1039 en hoogstwaarschijnlijk tussen 1040 en 1050.

Slagplaats: Maastricht

Lit: Ch Piot, RBN 1856, p. 268-269, pl. 11 tek. 5; Dengis 174; Dannenberg 371 ; Hävernick 263 ; S Boffa, RBN 2009, p. 212; J C Thomsen, p. 209; P Ilisch JNGMP 2014, 23.12

Gedetermineerd door rimidi

Gelijkarmige fibula: type 90 – subgroep 90c 9e eeuw – vroeg 11e eeuw

Gevonden door Mike de Baere

Materiaal: brons

Afmetingen: 10 mm / 40 mm

Gewicht: 6,6 gr

Lit: Fibulae uit de Lage Landen blz 234-235 en 597.

Oog – haak constructie ” min of meer rechthoekige eindplaten, platte of bandvormige beugeldoorsnede ” datering volgens Thörle 9e eeuw tot de vroege 11e eeuw.

Gedetermineerd door Marco Sanders