Gevonden door Mark Boeckhout
Materiaal: koper
Diameter: 23 mm
Gewicht: 3 gr
Voorzijde: PTT boven het logo
Keerzijde: ?
Gedetermineerd door Mark Boeckhout
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Mark Boeckhout
Materiaal: koper
Diameter: 23 mm
Gewicht: 3 gr
Voorzijde: PTT boven het logo
Keerzijde: ?
Gedetermineerd door Mark Boeckhout
Gevonden door Filip Behiels
Materiaal: zilver
Diameter: 10,7 mm
Gewicht: 0,37 gr
Voorzijde: In een parelcirkel een gehelmd hoofd naar links, helm met drie ringen versierd, een kuif met drie veren als helmkam, achter het hoofd vier parels in ruitvorm geplaatst.
Keerzijde: In een parelcirkel een lang dubbel geankerd kruis met in het midden een bolletje.
Datum: z.j. ca. 1278 – 1305
Slagplaats: Gent
Lit: Vanhoudt G 2416 var; Ghyssens 468; Haeck 202; J C Martiny 11-4
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Peter Peeters
Materiaal: zilver
Diameter: 29 mm
Gewicht: 6,60 gr
Voorzijde: Buste van de prins blootshoofds naar links in electoraal kostuum. Tekst: ( geen initiaalteken? ) FERDINANDVS DEI G ARCHI COL PRIN ELEC.
Keerzijde: Het versierde wapenschild van Bouillon getopt door het electoraal bonnet dat het omschrift niet onderbreekt. Ter weerzijden de letters F – B getopt met een electoraal bonnet. ( geen waardeaanduiding of jaartan onderaan het wapenschild? ). Tekst: vier bolletjes in kruisvorm EPIS ET PRIN LEO SVPR DVX BVLIONENSIS
Datum: z.j. ca. 1615 – 1645, vermoedelijk 1619
Slagplaats: Visé of Luik, vermoedelijk Luik
Lit: Vanhoudt Atlas G 1257var ; Dengis 1040 Type A var met enkel de titel van hertog van Bouillon op de keerzijde.
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Joery Tackaert
Materiaal: koperlegering met emaille
Afmetingen: 21 mm / 21 mm
Gewicht: 2,22 gr
Limoges, vooral bekend om zijn geëmailleerde werken, produceerde gespen en gespenplaten vanaf het midden van de 12e eeuw. Deze productie bleef doorgaan tot in de 14e eeuw, hoewel het hoogtepunt van de productie en populariteit van deze geëmailleerde gespen en platen rond de 12e en 13e eeuw lag. Maar ! Niet alle gespen van het zogenaamde “type Limoges” of vergelijkbare stijlen zijn met zekerheid in Limoges geproduceerd. Het type Limoges verwijst vaak naar een stijl of techniek die kenmerkend was voor de regio, vooral de emailtechniek, maar soortgelijke technieken en ontwerpen werden ook elders nagebootst. Hierdoor kunnen gespen van dit type uit andere regio’s afkomstig zijn, terwijl ze wel dezelfde kenmerken vertonen als de producten uit Limoges. Eén ervan is de Maasstreek, een regio waar de stijl en technieken van Limoges werden nagebootst. Ambachtslieden in de Maasstreek ontwikkelden hun eigen varianten van geëmailleerde.
Gedetermineerd door Woesel op BodemVondstenWereld
Gevonden door Marco Sanders
Materiaal: koper
Diameter: 16 mm
Gewicht: 2,6 gr
Voorzijde: 3 kanonnen onder een kroon
Gedetermineerd door Marco Sanders
Gevonden door Jack Gielen
Materiaal: brons
Afmetingen: 70 mm / 50 mm
Gewicht: 61 gr

De D-vormige beugel heeft een gefasetteerde rand en de beide uiteinden gaan uit op gestilleerde dierenkoppen die de scharnierstaaf in hun geopende muil houden. De angel is bewaard, heeft een lichte buiging over de beugel . Een rechthoekige plaat, die rond de scharnierstaaf dubbel geplooid. De plaat werd met twee bronzen nieten op het leder bevestigd.
Vermoedelijk een naam in Runenschrift gegraveerd: ODONI
Gedetermineerd door Jean Pierre Parent en Pieter – Jan Vanhaesebrouck
Gevonden door Marco Sanders
Materiaal: koper
Diameter: 19 mm
Gewicht: 1,7 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin in twee regels de tekst FRI SIA , daaronder het jaartal 1653
Keerzijde: Gekroond wapen van Friesland met twee gaande leeuwen boven elkaar. Het wapen heeft geen versieringen meer, is aan de onderzijde ronder en heeft aan de bovenzijde twee instulpingen. Tekst: NISI. DNS. NOBISCVM. (of variant). Voluit: nisi Dominus nobiscum, wat betekent: tenzij de Heer met ons is.

Wapen van Friesland
Muntteken: 
Muntmeester: Coenraad Raerd ( 1652 – 1657 )
Slagplaats: Leeuwarden
Recent is een duit aangemeld waarop het jaartal 1622 zichtbaar lijkt, mogelijk is hier 1629 bedoeld, mede omdat de duit voorzien is van het nieuwe type wapenschild. Zie HIER een afbeelding. Het zilveren exemplaar met het jaartal 1626 lijkt een proeve van bekwaamheid van de stempelsnijder. De tekening is nogal afwijkend en waarschijnlijk is dit stempel verder nooit meer gebruikt. Het valse exemplaar met het jaartal 1633 is bekend geworden door een publicatie in De Beeldenaar16. Het jaartal 1643 zou aanwezig zijn in het Amsterdams Historisch Museum (collectie Lopez Suasso). Het jaartal is echter niet goed leesbaar waardoor het hoogst onzeker is of dit wel een exemplaar van 1643 is. De jaartalwijziging 1658/48 is bekend geworden via melding bij het geldmuseum. Aangezien nu echter een zeer duidelijke 1658/47 gemeld is (zie afbeelding) denk ik dat het geen 1658/48 is geweest maar een 1658/47. Bij munthandel G. Henzen werd in de novemberlijst 2000 onder nummer 1682 een overslag 1653/44 aangeboden. Omdat hier mogelijk verwarring kan bestaan met de overslag 1653/48 is deze (nog) niet opgenomen. De jaren 40 uit deze serie hebben vaak zeer slecht leesbare jaartallen. Aan sommige jaartallen uit deze serie moet dan ook getwijfeld worden of zij wel bestaan. Veel duiten uit de jaren 40 lijken ook een overslag over een ouder jaartal. Ik heb hier een 1646 over 1644 opgenomen omdat deze mij wel duidelijk lijkt. Mogelijk bestaat ook de jaartalwijzing 1647/46 maar deze is nog zeer onzeker.
Een bijzonder jaartalwijziging is de 1663 over 1663. Hier heeft de stempelsnijder de 3 in het jaartal per ongeluk op zijn kop in het stempel geslagen. Dit is nog te zien aan de hoek linksonder van de zogenaamde “8”. Vervolgens heeft hij de fout gecorrigeerd door de 3 er correct op te zetten. Het lijkt nu echter net of er een cijfer 8 staat.
De normale tulpkrans op de exemplaren uit de periode 1626-1629 is die met boven, onder, rechts en links een rozet. Van 1626 bestaan exemplaren met links en rechts twee bollen (vruchten) in de tulpkrans. Deze variant is zeldzamer, zie HIER een afbeelding.
Van de Friese duiten zijn talrijke Reckheimse imitaties bekend, zie bij Reckheim voor een (volledige) opsomming. Van de duiten uit de periode 1626-1629 bestaan overslagen op Duitse koperen muntjes. Bekend zijn o.a. overslagen op 3 pfennig munten van hertog Hans Albrecht van Mecklenburg-Güstrow (1610-1628). Gedurende de 30-jarige oorlog liep de inflatie in Duitsland hoog op (zgn. Kipper und Wipper zeit). Er werd ook veel kopergeld geslagen dat in Duitsland echter niet populair was en men trachtte dit zo snel mogelijk weer in te trekken. Mogelijk zijn grote partijen van dit ingetrokken kopergeld verkocht naar munthuizen in het oosten van Nederland. In Nederland werden koperen duiten en oorden juist wel veel gebruikt. Onder andere het Friese munthuis heeft de Duitse muntjes gebruikt als grondstof voor de Friese duiten.
Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend. Van 10 november 1627 tot 27 november 1629 was de aanmaak van duiten en oorden verboden. In 1648 werd weer een verbod op de aanmunting van kopergeld afgekondigd en moest de muntmeester zijn stempels inleveren. Op 18 november 1653 werd weer machtiging gegeven om duiten te slaan.
FRI.10
Gedetermineerd door Marco Sanders
Gevonden door Joery Tackaert
Materiaal: brons
Lengte: 40 mm
Gewicht: 10,61 gr
Gedetermineerd door Joery Tackaert
Gevonden door Tom Verschueren
Materiaal: lood
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
De grootte van het schild lijkt te wijzen richting 16e tot eventueel 17e eeuw, maar de parelkrans komt voornamelijk voor bij de oudere loodjes ( middeleeuwen ). Bijgevolg te dateren als een loodje uit de 15de tot 16de eeuw, een soort ‘overgangsloodje’.
Gedetermineerd door de Mechelse Archeologische Dienst