Voorzijde: Buste naar links. Tekst: IOSEPHUS II D•G• IMP•
Keerzijde: Rijksappel binnen een driepas. Tekst: ANFANG * BEDENCK * DAS ENDT *
Opmerking: Deze is niet met zekerheid toe te schrijven aan E. L. S. Lauer, want is niet gesigneerd. Lauer signeerde altijd, voluit of met afkorting of minimaal met een enkele letter L. De spreuk ANFANG BEDENCK DAS ENDT komt in verschillende varianten voor op 17e – begin 18e eeuwse rekenpenningen van de familie Lauffer en Johann Jacob Dietzel. Van E.L.S. Lauer is er wel een gesigneerde rekenpenning te vinden van Leopold II, de broer en opvolger van Joseph II als Rooms-Duits keizer ( 1790-1792 ) met dezelfde afbeelding van een rijksappel binnen een driepas op de keerzijde en verder ook dezelfde stijl.
Voorzijde: Met bonnet gekroond en gevierendeeld ingebogen wapenschild waarbij de bonnet de tekst onderbreekt. In kwartier 1 en 4 het wapen van Palatinat ( leeuw ) en in kwartier 2 en 3 het wapen van Beieren ( ruiten ). Aan weerszijden van het wapenschild de cijfers van het gesplitste jaartal 17 / 23. Tekst: IOSEPH. CLEM. D. G. ARC. COL. ( of variant ). Dit is voluit: Josephus Celemens dei gratia archiepiscopus Colonia. Dit betekent: Joseph Clemens, bij Gods gratie aartsbisschop van Keulen.
Wapen van Beieren-Palts
Keerzijde: In het centrum een wapenschildje met daarin het perron van Luik, het wapenschildje is gelegen op een schuin kruis gevormd door een degen en een staf. Om dit wapenschildje zijn in een kruisvorm vier andere wapenschildjes geplaatst. Dit zijn de wapens van Loon (boven), Franchimont (rechts), Horne (onder) en Bouillon (links). De wapenschildjes zijn nu van een andere uitvoering dan op het vorige type. Tekst: EP. ET. PRIN. LEO. / DVX. BVL. M. F. C. L. H. (of variant). Dit is voluit: episcopus et princeps Leodiensis dux Bulloniensis marchionis Franchimontis comes Losensis Hornensis. Dit betekent: prinsbisschop van Luik, hertog van Bouillon, markies van Franchimont, graaf van Loon en Horne.
Geslagen volgens toestemming van 23 september 1720, goedgekeurd werd een hoeveelheid van 50.000 livres. Bekend zijn overslagen op dubbele liards uit Namen die bij Chestret (665) en Dengis (1141) een eigen nummer hebben.
De variant 17ZZ heeft boven het wapenschildje van Loon op de keerzijde iets wat lijkt op een letter K.
De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.
Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.
Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.
Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.
Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.
Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.
Gewicht ( uitgifte ): 4,87 gr ( gewogen ): 4,88 gr
Voorzijde: Buste van de jonge hertog en keurvorst naar rechts. Tekst: ✶ C • A • V • B • & P • S • D • C • P • R • S • R • I • A • & E • L • L • Voluit: Carolus Albertus Utriusque Bavariae & Palatinatus Superioris Dux Comes Palatinus Rheni Sacri Romani Imperii Archidapifer & Elector Landgravius Leuchtenbergensis.
Keerzijde: Gezeten gekroonde en van nimbus voorziene Madonna, patrones van Beieren, met een van een nimbus voorzien kindje Jezus tegen de rechter schouder en scepter in de rechter hand, op de borst een rijksappel. In de linker hand, tegen zich aan haar voeten aan houdend het Beierse majesteitswapen getooid met keurvorstelijke hoed en omhangen met de keten van het Gulden Vlies. Het wapen van het keurvorstedom Beieren bestaat uit een gevierendeelde wapenschild met in de kwartieren 1 en 4 de Beierse ruiten, in 2 en 3 de naar links klimmende gekroonde leeuw van het keurvorstendom Opper-Palts, met in het hart het wapen van de aartsdrost, een rijksappel. Tekst: zonder binnencirkel, nimbus, voeten en schild onderbreken het omschrift: CLYPEVS OMNIB9(us) IN TE SPERANTIB9(us), in de afsnede 1729; Een schild voor allen die hun toevlucht tot je zoeken (- op je bouwen, je vertrouwen).
Bisdom Cambrai, op naam van aartsbisschop Louis de Berlaymont. De juiste functie/datering van deze penning/méreaux is niet gekend.
Materiaal: koper
Diameter: 25 mm
Gewicht: ca. 4,5 gr
Voorzijde: Binnen een parelcirkel het wapenschild van Berlaymont. ( Gedwarsbalkt van zes stukken vair en rood ). Bekroond met de Romeinse cijfers VI ( monétaire waarde van zes deniers ). Tekst: ✠. LVD . A . BERLAIMONT . D . GRA . ( Interpunctie, drieklaver-blad. ) Wat betekent: Louis de Berlaymont, bij de gratie van God.
Keerzijde: Binnen een versierde bloemenrand een gebloemd kruis, met hartschild. In het hartschild, een rechtopstaande leeuw naar links gekeerd. In de kwartieren, de letters: L / O / Y / S
Deze muntsoort komt niet voor in de ordonnantie van 1572 en is dus mogelijk later geslagen onder Catherine Struyix. Hij is geslagen op de voet van de liards zoals die geslagen werden op naam van koning Philips II. C. Robert beschrijft exemplaren die tussen de ca. 4,50 en 6,50 gram wegen. Er komen exemplaren voor waarbij de letters in de kantons van het kruis per ongeluk verkeerd geplaatst zijn en dus niet de naam LOYS vormen.