Engeland: long cross halfpenny. Third ( florin ) coinage ca. 1344 – 1351

Gevonden door Peter Buls

Muntheer: Edward III, koning van Engeland, 1327 – 1377

Materiaal: zilver

Diameter: 15,26 mm

Gewicht: 0,5 gr

Voorzijde: Gekroonde buste van de koning frontaal. Tekst: ✠ ЄDWARDVS RЄX.

Keerzijde: Lang gevoet kruis dat het omschrift onderbreekt, in de kwartieren telkens drie parels. Tekst: [CIVI] – TAS – [LON] – DON

Datum: z.j. ca. 1344 – 1351

Slagplaats: Londen

peter202

Eduard III van Engeland

Referentie

Lit: Seaby 1557/1562; North 1131/1133

Gedetermineerd door rimidi

Heilighangertje: 15e eeuw – 16e eeuw

Gevonden door Frederik Ghesquiere

Materiaal: lood / tin

Afmetingen: 22 mm

Gewicht: ?

Voorzijde: Afbeelding van de Heilige Godelieve van Gistel,  links en rechts van haar twee knechten. Deze knechten houden elk de uiteinden van een doek in de hand. De vrouw wordt door deze knechten gewurgd en nadien in een waterput gegooid.

frederik

Keerzijde: ?

Referentie

Gedetermineerd door Grot Marmot

Rekenpenning Frankrijk, type Kroon, Charles VII, Parijs, ca. 1418-1437, of stock jeton Tournai, ca. 1415 – 1497.

Gevonden door Philip Coens

Materiaal: koperlegering

Diameter: 27,45 mm

Gewicht: 2,73 gr

Voorzijde: Koningskroon met grote centrale lelie en twee laterale lelies, zonder decoratie. Tekst: + BIEN BIEN (herhaald)

Keerzijde: Opengebogen dubbel leliekruis, met centraal een stip en in de hoeken een vierblad (in ruitvorm). Tekst: als voorzijde.

Opmerking: Volgens Mitchiner duidt het gebruik van het open kruis op de keerzijde erop dat deze jetons, net als van het type Frans wapenschild in de periode 1418 – 1437, nog steeds in de Koninklijke munt in Parijs werden geslagen en niet in Tournai. De voorbeelden in de literatuur hebben echter allen een normaal leesbaar omschrift, wat er ook op kan duiden dat dit een stock jeton van Tournai is, tegen het eind van de periode 1415 – 1497, toen het ontwerp slordiger werd en de omschriften minder leesbaar. Geen voorbeeld.

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type voorloper van Rijksappel/roosje, anoniem, begin 16e eeuw.

Gevonden door Victor Parsons (UK), nu in de collectie van Jan Ooms

Materiaal: koperlegering

Diameter: 27 mm

Gewicht: 2,39 gr

Voorzijde: Kleine rijksappel met daarboven een gevoet kruisje, binnen een dubbele vierpas met hoekpunten. Aan werszijden van de rijksappel een zespuntig sterretje. Fictieve legende: RA RRA RA RA RA RA RA RA RA RA.

Keerzijde: Gevoet leliekruis met in de hoeken lelies met daarboven kroontjes (gekroonde lelies) Fictieve legende: + VARTA + RTVAI + VARTI + RTVAI.

jan1.2-800

Lit: F.P Barnard, The Casting Counter and the Counting Board, 1917, Oxford, blz. 222, No.89. Voorbeeld: Barnard, Plate XXXIII ( alleen keerzijde )

Gedetermineerd door Jan Ooms

Merovingische denier met monogram A en S, niet toegewezen: ca. na 670 – 750.

Gevonden door William Posthouwer

Muntheer: Anoniem

Materiaal: zilver

Diameter: 14 mm

Gewicht: 0,6 gr

Voorzijde: A met er ter weerszijden een groep van (vijf) parels en een ring omgeven door (elf) parels onderaan met nog twee extra parels aan de voet van elk been van de A. Tekst: –

Keerzijde: Spiegelverkeerde S met een parel in de krullen, rechts een T getopt met drie parels in driehoek geplaatst (en links een platliggende H (of I ?) tussen twee parels?). Tekst: –

Datum: z.j. ca. na 670 – 750

Slagplaats: niet gekend

william2william 2.1

Muntvondst Eisden

william2william2.1

Muntvondst Kémexhe

william1

Veiling Jean Elsen 14.09.2013,  118,  lot 539

william1-800

Depeyrot

Lit: Prou 2789; Belfort 5692; Depeyrot, p 171, 27; MEC  I, 624

Gedetermineerd door rimidi

Imitatieknoop: Oklahoma 20ste eeuw

Gevonden door Kristof van Mele

Materiaal: koperlegering

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Imitatie van het Zegel van Oklahoma.

Keerzijde: bevestiging nog aanwezig

Opmerking: Foute spelling. GREAT SEAL OF THE STATE OF ‘ OKLANDMA ‘ 1807 i.p.v. GREAT SEAL OF THE STATE OF OKLAHOMA 1907

oklahoma-800

Zegel van Oklahoma

Centraal een vijfpuntige ster met in de vijf punten van  de symbolen van de vijf Indianenstammen: Cherokee, Chickasaw, Chotaw, Creek en Seminole. In de linkerbovenhoek van de ster het symbool van de Cherokee Natie; een zeven puntige ster die de zeven oude clans van de stam vertegenwoordigen omringt door een groene krans van eikenbladeren, het voorkomende hout uit hun leefgebied wat gebruikt werd om hun eeuwig heilige vuur brandend te houden. Het geheel symbool van kracht en het eeuwige leven. In de top van de ster het symbool van de Chickasaw Natie bestaande uit een Indiaanse krijger in vol ornaat, met twee pijlen in zijn rechterhand en een lange boog in zijn linker hand. Over zijn schouder een schild. Het symboliseert het “Huis van de Strijders”. Rechtsboven in de punt van de ster het symbool van de Choctaw Natie. Het bestaat uit een  niet gespannen boog met drie pijlen en pijpbijl. De pijpbijl werd ceremonieel gerookt en doorgegeven in de raad bij belangrijke vergaderingen. Hoewel ze bekend staan als een vreedzaam volk, waren het felle verdedigers van hun land en huizen. De niet gespannen boog vertegenwoordigd het steeds gereed staan voor verdediging, maar ook voor vrede. De drie pijlen voor de drie grote leiders. Linksonder in de punt van de ster het symbool van de Muscogee natie. het bestaat uit een schoof van tarwe en een ploeg. Ze werden gekozen als symbolen voor de moderne agro-industrie. Het geheel verwijst naar de welvaart door de landbouw van deze stam. Rechtsonder in de punt van de ster een gevederde indiaan in een kano peddelend over een meer naar een handelspost met zijn goederen. Een symbool van vrede en overvloed. Midden in de ster in een groene krans van olijftakken een pionier boer en een inheemse inwoner die elkaars handen schudden met op de achtergrond de stralen van de zon. Tussen de beide figuren het symbool voor gerechtigheid voor beide soorten inwoners. Tussen de kruising van de olijftakken de Hoorn des Overvloeds. Rond de centrale ster zijn 45 kleine sterren afgebeeld, voorstellende de 45 staten van de V.S. en de grote ster de staat zelf als 46e staat. het motto van de staat is; “Labor Omnia Vincit” (“Arbeid overwint alles”). Het zegel werd in 1907 gepresenteerd en in 1957 officieel aangenomen.

Referentie

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje zonder zinspreuk, Hans Schultes I, ca. 1553 – 1560

Gevonden door ?

Materiaal: koperlegering

Diameter: 23 mm

Gewicht: 1,32 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een gevoet kruisje, binnen een driepas type 2 (Stalzer), met dubbele bogen onder en een enkele boog boven. Drieblad-rozetten in de buitenhoeken van de driepas. Tekst: (rozet) HNS (wedge) SCHVLTES (wedge) (omgekeerde)G O

Keerzijde: Afwisselend drie lelies en drie kronen om een centraal zesbladig roosje. Tekst: (rozet) HNS (wedge) SCHVLTES (wedge) OGP

Opmerkingen: Het wigje (wedge) is het persoonlijk teken van Hans Schultes I. De speciale vorm van de driepas (type 2) werd ook gebruikt door zijn vader Jorg Schultes, waardoor dit stuk waarschijnlijk gedateerd kan worden in de jaren 1550. Het laatste deel van de omschriften op het stuk is niet helemaal goed leesbaar, maar de in Stalzer beschreven variant is de enige die in aanmerking komt.

Lit: Stalzer, Rechenpfennige Band 1, blz. 74, No. 542 en Mitchiner Volume I, blz. 400 e.v. ( geen voorbeeld )

Gedetermineerd door Jan Ooms

Franse uniformknoop: Dijledepartement 16e regiment 1795 – 1814

Gevonden door Mario Raeymaekers

Materiaal: koperlegering

Diameter: 16,22 mm

Gewicht: 3,30 gr

Voorzijde: Binnen een voluut het cijfer 16. Tekst: DEPARTEMANT DE LA DYLE

Keerzijde: Blanco met een mandvormige bevestiging

Referentie

Gedetermineerd door Mario Raeymaekers