Zeeland: duit 1752

Gevonden door Manuel Elst

Materiaal: koper

Diameter: 22 mm

Gewicht: 2,45 gr

Voorzijde: ✽♜✽ met daaronder ZEE LAN DIA in drie regels en het jaartal 1752

Keerzijde: Een gekroond ingebogen wapen met leeuw in de golven. Tekst:  LUCTOR. ET. EMERGO. (of variant) wat betekent: ik worstel en kom boven.

Wapen van Zeeland

Muntmeester: Pieter Kappeine 1721 – 1752

Muntteken: ♜

Slagplaats: Middelburg

Referentie

ZEE.14

Gedetermineerd door Eric Aerts

Heilighangertje Scherpenheuvel: 19e eeuw

Gevonden door Mike Creemers

Materiaal: zilver

Afmetingen: 7 mm / 10 mm

Gewicht: ?

Voorzijde: O.L.V. Scherpenheuvel hangend in een eikenboom. De stam is onderaan nog zichtbaar en bovenaan het bladerdek.

Keerzijde: J.C. aan het kruis

Referentie

Lit: Jaarboek EGMP 1987

Gedetermineerd door Grot Marmot

Utrecht: gouden dukaat 1759, emissie 1739 – 1795 met Arabische ” I “

Gevonden door Axel Vroling

Materiaal: goud

Diameter: 21 mm

Gewicht: 3,48 gr                                                                                                      

Voorzijde: Staande ridder naar rechts met zwaard en pijlenbundel tussen jaartal. Tekst: CONCORDIA RES – PAR CRES TRA mt. Dit alles binnen een parelcirkel.

Keerzijde: Binnen een versierd vierkant in vijf regels: MO ORD / PROVIN / FOEDER / BELG AD / LEG IMP

Muntmeester: Joh. E. Novisadi 1738 – 1766

Muntteken: Wapenschild van de stad Utrecht

Slagplaats: Utrecht

Lit: Purmer Ut 27

Gedetermineerd door Eric Aerts

Heilighangertje Heilige Cornelius: eind 19e eeuw

Gevonden door Jean -pierre Schoutens

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: 19 mm / 28 mm

Gewicht: 1,58 gr

Voorzijde: Afbeelding van Cornelius naar rechts met versierde mantel en tiara op het hoofd, hoorn in de hand. Tekst: H. CORNELIUS, BID VOOR ONS

Keerzijde: Een hoorn ( attribuut van Cornelius ) op een staander met opening naar links, daarboven een palmtak door een krans ? Tekst: WORDT VEREERD TE MACHELEN

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Grot Marmot

Engeland: Long cross penny ca. 1301 – 1305

Gevonden door Jean – Pierre Schoutens

Muntheer: Edward I, koning van Engeland, 1272-1307

Materiaal: zilver

Diameter: 19 mm

Gewicht: 1,1 gr

Voorzijde: Gekroonde buste in vooraanzicht van de koning. Tekst tussen twee parelcirkels: ✠ EDWA R ANGL DNS HYB

Keerzijde: Een lang gevoet kruis dat de binnenste parelcirkel onderbreekt, in de kwartieren telkens drie bolletjes. Tekst tussen twee parelcirkels: CIVI – TAS – LON – DON.

Datum: z.j. ca. 1301 – 1305

Slagplaats: Londen

Edward I van Engeland

Lit: ca. Class 10 Spink 1410; North 1040

Gedetermineerd door Arjan Wagemakers en rimidi

West – Friesland: gouden dukaat 1642 ( emissie 1607 – 1675 )

Gevonden door Axel Vroling

Materiaal: goud

Diameter: 22 mm

Gewicht: 3,49 gr

Voorzijde: Staande ridder naar rechts met zwaard en pijlenbundel tussen jaartal, dit alles binnen een parelcirkel. Tekst tussen twee parelcirkels: CONCORDIA · RES · PAR · CRES · WES · ⚜

Keerzijde: Binnen een versierd vierkant in 5 regels: MO ORDI / PROVIN / FOE DER / BELG AD / LEG IMP

Muntmeester: Nicolaas Wijntgens 1631 – 1649

Muntmeesterteken: ⚜

Slagplaats: Enkhuizen

Lit: Purmer Wf 03

Gedetermineerd door Eric Aerts

Embleem Garde Civique ( Burgerwacht ): 19e eeuw

Gevonden door Stef Van Renterghem

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: ?

Gewicht: ?

Collage gemaakt van badges die dezelfde leeuw met gestileerde L gebruiken. Meer dan waarschijnlijk bestaan er nog andere badges ( Bron Evolutie Belgische Kentekens 1830- 2010 door Urbain Huyghebaert).Het lijkt er sterk op dat het onderste deel afgebroken is. De badges werden op hun hoofddeksel (Shako’s) gedragen.

De Garde civique werd opgericht in 1830. Er werden spontaan door de burgerij milities opgericht in een aantal steden, met de bedoeling de orde te handhaven, ongeregeldheden en plunderingen te verhinderen en ook voor sommigen onder hen, mee op te trekken tegen Nederland. In oktober 1830 besliste het Voorlopig Bewind de spontaan gestichte milities te erkennen en samen te voegen onder militaire leiding, om er een supplementair embryo van een Belgisch leger van te maken. De Burgerwacht was georganiseerd op gemeentelijk niveau, oorspronkelijk in de gemeenten met meer dan 30.000 inwoners. Zij was samengesteld uit burgers tussen 21 en 50 jaar, vooral jonge vrijgezellen en kinderloze weduwnaars, die geen deel uitmaakten van het leger. Afwijkingen en vrijstellingen konden worden toegestaan bij ziekten, misvormingen, verminkingen en de noodzaak om voor een gezin te zorgen. De missie van de militie luidde als volgt: de gehoorzaamheid aan de wetten behouden, de openbare orde en rust handhaven of herstellenhet waarborgen van de onafhankelijkheid van België en de integriteit van zijn grondgebiedDe burgerwacht bestond uit compagnieën met aan het hoofd een kapitein en verdeeld in drie bans. De eerste ban speelde een rol op nationaal niveau en was vooral bedoeld om de onschendbaarheid van het territorium te doen eerbiedigen. De tweede ban stond het leger bij, “zonder evenwel de provincie te verlaten”. De derde ban bleef steeds ter plaats en zou niet te velde gaan. De standaarddienst bestond in het wacht optrekken en patrouilles uitvoeren voor de beveiliging van personen, het behoud van eigendommen en het handhaven van de openbare orde. Bij de aanvang van de vijandelijkheden in 1914 had de Burgerwacht zijn beste tijd gehad en betekende niet veel meer. Toch werden de ongeveer 45.000 leden die er op papier nog deel van uitmaakten, onder de wapens geroepen. Het was de bedoeling dat ze voor de handhaving van de orde zouden zorgen. De Duitsers beschouwden die troepen echter niet als militairen, maar als vrijschutters, die zonder meer konden worden doodgeschoten. In de meeste steden verdwenen de burgerwachten dan ook geruisloos. Enkele korpsen uit Luik, Brussel en Oost-Vlaanderen volgden het leger naar de IJzer en namen deel aan sommige militaire operaties. Op 13 oktober 1914 werden ze definitief naar huis gestuurd. Op 17 juni 1920 plaatste een Koninklijk Besluit alle eenheden van de Burgerwacht op non-actief.

Referentie

Gedetermineerd door Jef Bogaert

Rekenpenning Frankrijk, Dolfijn type (au Dauphin), Charles V of VI, ca. 1373-1415.

Gevonden door Patrick Detectorix

Materiaal: koperlegering

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Naar links gebogen dolfijn, met buidel of keelzak. Omschrift: ✠ AVE MARIA : GRACIA : PN

Keerzijde: Driebenig recht gefleureerd leliekruis met centraal vierblad, binnen een dubbele vierpas met in de buitenhoeken de letters A / V / M / E tussen ringetjes. 

Lit: M. Mitchiner, Volume I, blz. 184, No’s 488-492, en Roelandt e.a, “Les Jetons du Moyen Age”, blz. 104, No. 616 variant. 

Gedetermineerd door Jan Ooms

Heilighangertje Lourdes: 20ste eeuw

Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: ?

Gewicht: 2,30 gr

Voorzijde: Buste van Maria met nimbus naar rechts.

Keerzijde: De grot van Lourdes (grotte de Masabielle) waar in een nis de eerste verschijning van O.L.V. plaatst vond in 1958. Voor O.L.V., al biddend geknield de heilige Bernadette Soubirous. 

Referentie

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Grot Marmot

Heilighangertje: midden 19e eeuw

Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: 20 mm / 26 mm

Gewicht: 2,65 gr

Voorzijde: Madonna (O.L.V. met kind) staande op maansikkel. Het geheel omgeven door zonnenstralen. De voorstelling kan op meerderd O.L.V. slaan, bijvoorbeeld middelares of toevlucht, enz…

Keerzijde: centraal de letters IHS met op de H een crucifix. Onder IHS drie nagels waarmee Jezus aan het kruis werd genageld. De voorstelling in zijn geheel omringd met zonnenstralen.

Gedetermineerd door Grot Marmot