Pelgrimsampullen kan je tussen de 11e eeuw en de 16e eeuw dateren ( soms nog iets jonger ). De inhoud kan ( kon ) heilig water bevatten of olie van een heilige. Het kon ook dienen als bewijs dat men zijn pelgrimstocht had verricht. Soms is aan de hand van de tekening op de ampul de locatie te achterhalen. Helaas zijn de meesten niet localiseerbaar ( onbekende tekening, geen tekening, enz… )
De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.
Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.
Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.
Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.
Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.
Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.
Voorzijde: In een parelcirkel het borstbeeld blootshoofds van de bisschop naar rechts , voor zijn gelaat een kromstaf naar buiten gericht. Tekst in een dubbele parelcirkel beginnende ca. 7 uur: BVCARDVS of BVRCARDE
Keerzijde: Kort gevoet kruis waarvan de armen getopt zijn met een kleine parel en met in de kwartieren telkens een achtpuntige ster. Tekst in een dubbele parelcirkel: ✠ TRAIECTVM
Voorzijde: Kort gevoet kruis met aan de linker arm een alfa en aan de rechter arm een omega hangende. Tekst tussen twee parelcirkels, beginnende op 3 uur: ✠ FVLCO COMES
Keerzijde: Monogram van Foulques. Omschrift tussen twee parelcirkels, beginnende op 6 uur: ✠ VRBS AIDCCSV
Datum: z.j. ca. 1069-1129
Slagplaats: Angers
Opgelet: sommigen schrijven dit stuk ook toe aan Foulques V, ca 1109-1129 en Geoffroi IV, ca 1129-1151