Gevonden door Wasje Wasje

Materiaal: ?
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Gedetermineerd door Eric Aerts
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Wasje Wasje

Materiaal: ?
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Wasje Wasje

Materiaal: ?
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Deze beeldjes werden in een kokertje, doosje, los in de zak , of in de portemonnee gedragen. Ook werden ze ergens in de kamer neer gezet. Het opengewerkt kokertje heeft daar vast dienst voor gedaan.
Onlosmakelijk verbonden met leven en dood is het geloof.
Om dit geloof kracht bij te zetten werden in vroege tijden vaak voorwerpen vervaardigd waarvan men hoopte dat ze bescherming of zegen brachten.
Gedetermineerd door Wasje Wasje
Gevonden door Mark Boeckhout
Materiaal: messing
Diameter: 27 mm
Gewicht: 3,5 gr
Voorzijde: Zeilend schip op 3 golven. Tekst: Ò IO:SV:TEANSGBGIOSVã
Keerzijde: Vier lelies in een ruit. Tekst: IOSVBD:IOSVBATEGN Is gelijk aan G/L 638, “Rechenpfennnige Nürnberg, Band 2”, Groenendijk/Levinson
Muntmeester: Jorg Schultes 1515-1559
Lit: voorzijde Stalzer (Rechenpfennige Band 1 Nurnberg) p. 7 nr. 35
Gedetermineerd op facebook en aangepast door Freek Groenendijk
Gevonden door Maarten Van de Capelle
Muntheer: Continentale oorsprong.
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 1,1 gr
Voorzijde: Gestileerde “runen” buste naar rechts? Tekst voor de buste: FCF?
Keerzijde: Een kort simpel kruisje met in elk kwartier een parel. Tekst: Een aantal niet bepaalde runen tekens V.
Datum: z.j. ca. 690 – 710
Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland
Lit: BMC 86 Series D, type 2c; van der Chijs, deel 9, V.36/45; KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 170 e. v. ( p 170 1a 158-199)
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Mark Boeckhout
Materiaal: koper
Diameter: 22 mm
Gewicht: 3,2 gr
Voorzijde: Een weelderige rococo stijl versiering met daarin ✽♜✽, daaronder ZELAN DIA met 1 E en het jaartal.
Keerzijde: Een gekroond ovaalvormig wapenschild met leeuw in de golven. Het wapenschild is versierd in de zogenaamde rococo stijl. Tekst: LUCTOR ET EMERGO (of variant). Dit betekent: ik worstel en kom boven. Het begin van de tekst begint bij dit type aan de linkeronderzijde van het wapenschild.

Wapen van Zeeland
Muntmeester: Petronella Holtzhey-Slob met Johan Lod. Molter 1788 – 1799
Muntteken: ♜
Slagplaats: Middelburg
Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend.
In 1765 werd gezocht naar een nieuw type duit. Uiteindelijk resulteerde dat in dit type. Er bestaat echter een proef uit 1765 met een afwijkend wapen welke in het bezit is van het Amsterdams Museum, zie HIER.
De vorm van de versiering onder aan het wapenschild kan mede behulpzaam zijn bij het determineren van een jaartal overslag. De duiten met het jaartal 1785 hebben b.v. een versiering van het type I onder het wapenschild. De duiten met de stempel verandering 1786/85 hebben ook dit type versiering. De “gewone” duiten van 1786 hebben echter een versiering van het type III onder het wapenschild. Dit hulpmiddel moet wel met enige voorzichtigheid gehanteerd worden omdat sommige jaartallen met alle drie de versieringstypen voorkomen. Zo komen de duiten van 1784 voor met alle drie de versieringstypes. Bij munthandel G. Henzen kwam in de augustuslijst 1999 onder nummer 1205 de overslag 1787 over 1783 voor. Omdat mogelijk verwarring kan bestaan met de overslag 1787 over 1786 (vermeld door Purmer en van der Wiel) heb ik deze overslag nog niet opgenomen.
De Staten van Holland en West-Friesland herhaalden in een plakkaat van 24 mei 1769 nog eens dat alleen de duiten geslagen te Holland en West-Friesland gangbaar waren. De Staten-Generaal namen de inhoud van dit plakkaat grotendeels over op 24 augustus 1769. Zij stelden in dit plakkaat dat binnen de grenzen van de Republiek alleen kopergeld mocht circuleren dat daar ook geslagen was. Zeeland volgde door in hun plakkaat te stellen dat binnen hun grenzen alleen de Zeeuwse duiten geldig waren. Mogelijk vanwege dit over en weer elkaars duiten verbieden is er op 13 november 1769 een resolutie verschenen van de Staten-Generaal. Hier in werd alle provincies bevolen voortaan duiten te slaan op de voet van Holland. Deze resolutie heb ik (nog) nergens terug kunnen vinden. Hij wordt ook niet vermeld bij van Gelder. Er wordt naar gerefereerd in een plakkaat van Holland en West-Friesland waar in de duiten van andere provincies werden toegelaten mits geslagen na 1769. Deze resolutie kan de plotselinge veranderingen in de diverse provincies voor wat betreft de aanmunting van duiten verklaren.
ZEE.17
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Joeri Wauters
Materiaal: koper
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gekroonde letters Æ van Albertus & Elisabeth. Tekst:
ALBERTVS. ET. ELISABET. D:G (of variant). Voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia, wat betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (de tekst gaat op de keerzijde verder).
Keerzijde: Gekroond wapenschild met twee kwartieren, het wapenschild is gelegen op een schuingeplaatst stokkenkruis met aan beide zijden het gesplitst jaartal 16 / 16. Tekst: .ARCH. AVST. DVC. BVRG Z COM. FLA (of variant). Voluit: archiduces Austria duces Burgundie et comes Flandrie, wat betekent: aartshertogen van Oostenrijk, hertogen van Bourgondië en graven van Vlaanderen.

1 = Oostenrijk (Zilveren faas).
2 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud).
Muntmeester: Jan van Liebeke 1606 – 1619
Muntmeesterteken: ![]()
Slagplaats: Brugge
Geslagen aantallen:
15 december 1606 tot 9 december 1609 ca. 1.495.941 stuks.
10 december 1609 tot 15 maart 1612 ca. 397.590 stuks.
1 september 1613 tot 31 augustus 1615 ca. 239.800 stuks.
1 september 1615 tot 30 september 1618 ca. 2.951.001 stuks.
Een dubbele denier was een muntje met een waarde van twee derde oord. Het voorschrift was 96 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ongeveer 2,56 gram per stuk.
VLA.15
Gedetermineerd door Eric Aerts