Gevonden door Marc Swinnen


Materiaal: koperlegering
Hoogte: 26 mm
Diameter stempelvlak: 19 mm / 17 mm
Gedetermineerd door Marc Swinnen
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Gj Bras
Materiaal: zilver
Diameter: 18 mm
Gewicht: 3 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd van Apollo van Actium naar rechts.
Keerzijde: Octavianus gesluierd en in priesterlijke gewaden, ploegend met twee ossen naar rechts. Tekst in de afsnede: IMP CAESAR
Lit: RIC 272; RSC 124; BMC 638
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Gevonden door Gj Bras
Muntheren: Nervii, Keltische stam uit de regio Schelde en Samber.
Materiaal: potin (metaallegering gegoten van koper, zink, tin, lood en zilver).
Diameter: 20 mm
Gewicht: 4 gr
Voorzijde: Omgeven door een gladde cirkel een verticale as centraal, bestaande uit een aantal bolletjes (meestal zeven), geflankeerd ter weerszijde door twee parels horizontaal in het midden met erboven en eronder twee golvende lijnen. Tekst: Anepigrafisch.
Keerzijde: Omgeven door een gladde rand een naar rechts gestileerd paard, boven het paardje een niet nader te bepalen symbooltje. Tekst: Anepigrafisch.
Datum: z.j. ca. 90-50 voor Chr.
Gietplaats: Regio Frans en Belgisch Henegouwen.

Lit: Latour 8620var; Delestree-Tache serie 80, 629 var; Scheers La Gaule Belgique serie 190, 682-683; A Decroly 1.8.1var.
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Jan Meynendonckx
Materiaal: koper
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Een weelderige rococo stijl versiering met daarin ✽♜✽, daaronder ZELAN DIA met 1 E en het jaartal 1778.
Keerzijde: Een gekroond ovaalvormig wapenschild met leeuw in de golven. Het wapenschild is versierd in de zogenaamde rococo stijl. Tekst: LUCTOR ET EMERGO (of variant). Dit betekent: ik worstel en kom boven. Het begin van de tekst begint bij dit type aan de linkeronderzijde van het wapenschild.

Wapen van Zeeland
Muntmeester: Martinus Holtzhey (zoon) 1764 – 1788
Muntteken: ♜
Slagplaats: Middelburg
Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend.
In 1765 werd gezocht naar een nieuw type duit. Uiteindelijk resulteerde dat in dit type. Er bestaat echter een proef uit 1765 met een afwijkend wapen welke in het bezit is van het Amsterdams Museum, zie HIER.
De vorm van de versiering onder aan het wapenschild kan mede behulpzaam zijn bij het determineren van een jaartal overslag. De duiten met het jaartal 1785 hebben b.v. een versiering van het type I onder het wapenschild. De duiten met de stempel verandering 1786/85 hebben ook dit type versiering. De “gewone” duiten van 1786 hebben echter een versiering van het type III onder het wapenschild. Dit hulpmiddel moet wel met enige voorzichtigheid gehanteerd worden omdat sommige jaartallen met alle drie de versieringstypen voorkomen. Zo komen de duiten van 1784 voor met alle drie de versieringstypes. Bij munthandel G. Henzen kwam in de augustuslijst 1999 onder nummer 1205 de overslag 1787 over 1783 voor. Omdat mogelijk verwarring kan bestaan met de overslag 1787 over 1786 (vermeld door Purmer en van der Wiel) heb ik deze overslag nog niet opgenomen.
De Staten van Holland en West-Friesland herhaalden in een plakkaat van 24 mei 1769 nog eens dat alleen de duiten geslagen te Holland en West-Friesland gangbaar waren. De Staten-Generaal namen de inhoud van dit plakkaat grotendeels over op 24 augustus 1769. Zij stelden in dit plakkaat dat binnen de grenzen van de Republiek alleen kopergeld mocht circuleren dat daar ook geslagen was. Zeeland volgde door in hun plakkaat te stellen dat binnen hun grenzen alleen de Zeeuwse duiten geldig waren. Mogelijk vanwege dit over en weer elkaars duiten verbieden is er op 13 november 1769 een resolutie verschenen van de Staten-Generaal. Hier in werd alle provincies bevolen voortaan duiten te slaan op de voet van Holland. Deze resolutie heb ik (nog) nergens terug kunnen vinden. Hij wordt ook niet vermeld bij van Gelder. Er wordt naar gerefereerd in een plakkaat van Holland en West-Friesland waar in de duiten van andere provincies werden toegelaten mits geslagen na 1769. Deze resolutie kan de plotselinge veranderingen in de diverse provincies voor wat betreft de aanmunting van duiten verklaren.
ZEE.17
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Gj Bras
Materiaal: brons
Diameter: 32 mm
Gewicht: 23 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP CAES NERVAE TRAIANO AVG GER DAC PM TRP COS VPP
Keerzijde: Trajanus te paard naar rechts met onder het paard een spartelende Dacius. Tekst: SPQR OPTIMO PRINCIPI, in de afsnede SC
Slagplaats: Rome
Lit: RIC II 543; BMCRE 839; Hill 24; Cohen 508
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Trajanus werd op 18 september 53 in Italica (Hispania) geboren als zoon van Marcus Ulpius Traianus en de Spaanse Marcia. Hij was Romeins keizer van 28 januari 98 tot 9 augustus 117. Na onder zijn vader in Syria gediend te hebben werd in 78 quaestor en ca. 84 praetor, waarna hij als commandant naar Spanje ging. Daar kreeg hij de opdracht de opstand van Saturninus in Germania Superior te dempen (88). Na zijn consulaat in 91 keerde hij als stadhouder naar Opper-Germanië terug, waar hij door de aanleg van wegen en castella en de stichting van kolonies de Rijn- en Donaugrens versterkte. Met zijn naam zijn de steden Nijmegen (Noviomagus) en Xanten (colonia Traiana) verbonden (Hiernaast een bronzen portretkop van Trajanus, gevonden in de Waal bij Xanten (?)). In 97 werd hij door Nerva geadopteerd en, voorzien van speciale bevoegdheden, tot mederegent onder titel Caesar verheven. Het jaar daarop volgde hij Nerva in Keulen op. Zijn eerste daad was de bestraffing van opstandige praetorianen, die hij naar Germania ontbood, waar hij voorlopig bleef en de titel Germanicus verwierf. In Rome, waar hij in 99 aankwam, werd hij algemeen verwelkomd. Het gebruikelijke donativum werd door hem gehalveerd, geschenken bij zijn troonsbestijging wees hij van de hand. Voor alles bereidde hij zich voor op de oorlog tegen de Dacische Decebalus, met het doel de Donaugrens te beveiligen. Ook lokt het Dacische goud. In 101 rukte Trajanus uit en overwinterde na een onbesliste slag bij Tapae aan de overzijde van de Donau. Toen hij het volgend jaar de hoofdstad Sarmizegetusa bedreigde, gaf Decebalus zich over, waarna de keizer de titel Dacicus aannam en te Rome een triomf vierde. In 105 roerde Decebalus zich opnieuw. Weer rukt Trojanus uit over de door Apollodorus bij Dobretae gebouwde Donaubrug en veroverde de Dacische hoofdstad, waarop Decebalus zich het leven benam. Zijn land werd de provincie Dacia, zijn hoofdstad een Romeinse kolonie. De zuil van Trajanus te Rome en het Tropaeum Traiani te Adamklissi (Roemenië) zijn een blijvende herinnering aan deze veldtochten. De Donaulinie kon nu worden versterkt en het spoedig tot rust gekomen gebied werd beveiligd en weldra geheel geromaniseerd (Roemeens!). Intussen werd ook in het Oosten de rijksgrens afgerond doordat Aulus Cornelius Arabia Nabataea als provincie inlijfde (105). In Numidië versterkten de Romeinen in alle stilte hun greep op het land door de stichting van Thamugadi en Lambaesis. Om de Parthische dreiging het hoofd te bieden verklaarde Trajanus in 113 de Parthen de oorlog. Zijn legers bezetten Armenië en een deel van Mesopotamië, waarna Armenië, Cappadocië en Klein-Armenië aan het rijk werden toegevoegd. In 115 keerde de keizer zich tegenkoning Osroës zelf en trok, na in Antochië overwinterd te hebben in 116 de Tigris over, waarna hij de hoofdstad Ctesiphon bezette en de Perzische golf bereikte. Assyrië en Mesopotamië werden Romeinse provincies en aan ’s keizers eerder verworven titels werd die van Parthicus toegevoed. Het veroverde gebied met zijn belangrijke verbindingsroutes naar het Oosten bleef echter onrustig. Weliswaar werden revoltes onderdrukt, sloeg Lusius Quietus aanvallen in het noorden af en werd in Ctesiphon een vazalkoning aan de macht gebracht, maar de situatie bleek moeilijk in de hand te houden. Ook in Cyrene, Cyprus, Egypte en de Levant, waar Joden rebelleerden, deden zich problemen voor. Zo besloot Trajanus van een voorgenomen tocht naar Indië af te zien en terug te keren. Ernstig ziek bereikte hij Antiochië. Hij stierf, op doorreis naar Rome, op 9 augustus 117 in het Cilicische Selinus. Zijn opvolger was de door hem geadopteerde Hadrianus. Trajanus werd 63 jaar.
Gevonden door Friso Langen
Muntheer: Rudolf van Diepholt, bisschop van Utrecht, 1433 – 1455
Materiaal: biljoen, volgens van der Chijs koper
Diameter: 12 mm
Gewicht: 0,22 gr
Voorzijde in een parelcirkel: Het wapenschild van de bisschop, een gaande leeuw naar links bovenaan en adelaar met gespreide vleugels onderaan, in een (enkele) driepas met buitenhoeken. Tekst: ✠ ROD(O)LF[‘VS EP(I)S’ TRAIECT] ; Rudolf bisschop van Utrecht.
Keerzijde: Lang gevoet kruis dat het omschrift onderbreekt, in de kwartieren R-O-D-F’ van Rodolf. Omschrift: mOn / ET]n/ OV+R / En[E, afwijkend van gekende mOn / ETA / REN / ESIS; (nieuwe) munt van Rhenen.
Datum: z.j. ca. 1433 – 1455
Slagplaats: Rhenen
Opmerking: Het ontbreken van de tweede O in Rodolf(us), de “nOV+” die ongekend is voor dit type, de gebrekkige driepas die ook nog enkel is in plaats van dubbel doen me denken aan een contemporaine vervalsing.

Lit: van der Chijs XVI, 11; J De Mey Utr 291
Gedetermineerd door Andre van Erkom en rimidi