Gevonden door Sammy Fraeyman
Materiaal: koper
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gekroond Spaans wapenschild van de aartshertogen, aan weerszijden van het wapenschild staat een punt en om het geheel loopt een gedeeltelijke binnen cirkel. Tekst: ALBERTVS. ET. ELISA. D:G (of variant). Voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia, en betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (vervolg op de keerzijde).

1: Hongarije: in rood 3 zilveren balken.
2: Bohemen: in rood een zilveren leeuw.
3: Castilië: in rood een gouden kasteel, blauw gesloten en verlicht.
4: Leon: in zilver een goud gekroonde purperen leeuw.
5: Aragon: in goud vier rode palen.
6: Sicilië: schuingevierendeeld met in de bovenste en onderste halve ruit in goud 4 rode palen (Aragon),
in de twee halve zijruiten in zilver een zwarte adelaar (Hohenstaufen).
7: Portugal: in zilver 5 blauwe schildjes (geplaatst 1.3.1) beladen met 5 pesanten van zilver (geplaatst
2.1.2). Een rode schildzoom beladen met 7 gouden kastelen (quinas).
8: Oostenrijk: in rood met een zilveren dwarsbalk.
9: Nieuw Bourgondië: blauw met gouden lelies, een schildzoom geblokt van rood en zilver.
10: Oud Bourgondië: geschuinbalkt van goud en blauw van zes stukken en rood omzoomd.
11: Brabant: in zwart een gouden leeuw, rood getongd.
12: Vlaanderen: in goud een zwarte leeuw, rood getongd.
13: Tirol (in zilver een rode adelaar, gekroond, gebekt, en gepoot van goud. De vleugels beladen met twee gouden klaverbladstengels.
Keerzijde: Gekroond en scheef geplaatst stokkenkruis waarop het wapenschild van Roermond ligt. Onder aan het kruis hangt de keten van de orde van het gulden vlies en aan weerszijden van het kruis staat het jaartal. Tekst: ARCHID. AVST. DVC. GEL (of variant). Voluit: archiduces Austria duces Gelriæ, en betekent: aartshertogen van Oostenrijk en hertogen van Gelderland.

Wapen van Roermond
Muntmeesters: Johan en Matthijs van Nederhoven 1605 – 1618
Muntteken: ![]()
Slagplaats: Roermond
Voorschrift: instructie van september 1605. Oorspronkelijk 51 stuks uit een mark is ca. 4,82 gram per stuk. In 1606 gewijzigd naar 64 uit een mark, is ca. 3,84 gram per stuk.
Op 30 juni 1607 verscheen een plakkaat waarin de duiten en oorden van Maastricht, den Bosch en Roermond alleen gangbaar werden verklaard in de stad van uitgifte en hun directe omgeving. Op 29 oktober 1609 werd dit plakkaat nog eens herhaald en ontving de stad een schrijven met dezelfde datum van de aartshertogen: “Alzoe wy by onse brieven van placcate gedateert op huyden verboden hebben den loop ende vuytgeven van de copere munte by ulieden doen slaeghen met onsen consente, in andere plaetsen ende steden van onder ulieden schependom tot gerieve van de gemeynte aldaar, ende dat tot dien eynde de ghene die alreede zyn geslagen meer dan genoech zyn. Soe is onsen wille dat ghy van nu voirtaen gheen meerdere quantiteyt en doet munten, totter tyt toe dat wy van als naerder onderricht zynde daerop sullen gheven ander ordre”. Roermond heeft dit schrijven naast zich neergelegd want er bestaan duiten van 1610 en 1611 en oorden van 1610, 1611 en 1612. Op 30 september 1610 verscheen wederom een plakkaat dat de omloop van het kleingeld van Maastricht, den Bosch en Roermond regelde.
Van Gelder schreef dat de stad Roermond door haar ligging in het oosten van de Spaanse Nederlanden een wat afwijkende monetaire situatie had. De gewone Zuid-Nederlandse munten pasten niet in het geldverkeer van Roermond en Spaans Gelre. De plaatselijke stuiver en duit hadden in Spaans Gelre een lagere waarde dan in Brabant en Vlaanderen. Dit kwam door de invloed van het geld uit het aangrenzende bisdom Luik en uit de Duitse staten van het Rijnland. Hij schrijft verder dat vanwege deze situatie oogluikend werd toegestaan dat Roermond zijn duiten en oorden volgens een lagere muntvoet mocht slaan. Dit zou ook gebeuren te Maastricht en den Bosch. Uit het artikel van de Meyer over de munten van Roermond blijkt dit echter niet. Volgens zijn gegevens werden zij wel degelijk volgens de muntvoet van de aartshertogen geslagen. Volgens onderstaande overzicht, samengesteld mede dankzij de wegingen van een Roermond verzamelaar, zijn de oorden wel degelijk op het normale gewicht van de aartshertogen geslagen.
| Jaartal: | Aangetroffen gewichten in grammen: |
| 1606 | 3,60 – 3,70 – 3,80 – 3,81 – 4,30 – 5,02 |
| 1607 | 4,00 – 4,10 – 4,17 – 4,30 – 4,40 (2x) – 4,50 – 4,71 – 5,40 |
| 1608 | 3,60 – 3,75 – 4,07 |
| 1609 | 3,25 – 3,54 – 3,70 – 3,80 – 4,27 – 4,30 – 4,37 – 4,45 – 4,50 – 4,55 – 4,60 (2x) |
| 1610 | 3,56 – 4,40 – 4,50 – 4,60 – 4,64 – 4,83 – 5,20 |
| 1611 | 4,00 – 4,52 – 4,80 – 4,40 – 4,84 |
| 1612 |
Dankzij dezelfde verzamelaar zijn ook enkele varianten bekend geworden. Zo bestaat er een oord uit 1609 met het muntteken leeuwtje i.p.v. het muntteken lelie en een exemplaar met alleen een punt. Ook komen er exemplaren voor met een mislukte lelie of een grote lelie met wat extra streepjes.
Albrecht en Isabella
ROE.2
Gedetermineerd door Eric Aerts




