Gevonden door De Rocker Ronny
Materiaal: messing
Afmetingen: 15 mm / 15 mm
Gewicht: 1 gr
Maker: niet zichtbaar
Initialen: niet zichtbaar
Voorzijde: 1 of ½ Albertijn
Keerzijde: niets zichtbaar

Gedetermineerd op facebook
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door De Rocker Ronny
Materiaal: messing
Afmetingen: 15 mm / 15 mm
Gewicht: 1 gr
Maker: niet zichtbaar
Initialen: niet zichtbaar
Voorzijde: 1 of ½ Albertijn
Keerzijde: niets zichtbaar

Gedetermineerd op facebook
Gevonden door Peter Peeters
Materiaal: messing
Afmetingen: 16 mm / 16 mm
Gewicht: 3,3 gr
Maker: niet zichtbaar
Initialen: niet zichtbaar
Voorzijde: ¼ pound
Keerzijde: niets zichtbaar

Gedetermineerd o facebook
Gevonden door De Rocker Ronny
Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 2 gr
Voorzijde: Gekroonde tweekoppige keizerlijke adelaar binnen een cirkel. Op de adelaar negen schilden (bijgevoegd wapenschild van Hertogdom Rusland). Het middelste schild is van het Russische Rijk. Tekst binnen twee cirkels: МѢДНАЯ РОССІЙСКАЯ МОНЕТА ОДНА КОПѢЙКА wat betekent: koperen Russche munt – 1 kopeke
Keerzijde: Binnen een parelkrans de denominatie: * 1 * КОПѢЙКА С.П.Б. Tekst: 1903 ГОДА
Muntteken: С.П.Б
Slagplaats: Sint Petersburg ( ook Birmingham Mint and Rosenkranz Works )
Slagaantal: 74.400.000
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Hennie van Esch

Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 19 mm / 26 mm
Gewicht: 2,2 gr
Voorzijde: Afbeelding van Cornelius naar rechts met versierde mantel en tiara op het hoofd, hoorn in de hand. Tekst: S. CORNEILLE PRIEZ POUR NOUS ( Heilige Cornelis, bid voor ons ).

Keerzijde: Een hoorn ( attribuut van Cornelius ) op een staander met opening naar links, daarboven een palmtak door een krans.
Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Hennie van Esch
Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 1,27 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin in drie regels SST INSV LA. Voluit: Sancti Stephani insula, wat betekent zoiets als: Sint Stephanus eiland ( verwijzing dat Stevensweert een eiland in de Maas was ).
Keerzijde: Gedeeltelijk tulpkrans om een gekroond wapenschild met een klauwende leeuw. De rand van het schild is versierd met kleine of grote bollen ( bezanten ).
Jaartal: z.j. ca. 1628 – 1632
Muntmeester: ?
Slagplaats: Stevensweert
De kroon boven het wapen kan met of zonder haarband zijn. Dit type duit lijkt bedrieglijk veel op de duiten van Overijssel uit de periode 1628-1633. Vooral in het jaar 1628 zijn er te Overijssel enorme hoeveelheden geslagen. Deze imitaties zullen dan ook kort daarna zijn verschenen en niet direct opgevallen zijn tussen de anderen in het geldverkeer. In een plakkaat van de Staten-Generaal werd gewaarschuwd tegen vooral dubbele stuivers gelijkend op die van Overijssel afkomstig uit de munt te Stevensweert. Ook worden terloops in het plakkaat duiten vermeld. Recent is een exemplaar bekend geworden welke is overgeslagen op waarschijnlijk een denier van de Luikse bisschop Ferdinand van Beieren uit de periode 1614-1615 (LUI.55).
STE.6
Gedetermineerd doorMarco Sanders en Peter Peeters
Gevonden door Hennie van Esch
Materiaal: koper
Diameter: 19 mm
Gewicht: 1,16 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst ZEE LAN DIA. in drie regels met daaronder het jaartal 1685
Keerzijde: De Hollandse maagd zittende in een tuin. Zij wijst met haar rechterhand naar de hemel als teken van vertrouwen op de heer. Het hek van de tuin is een wapenschildje van Zeeland. Tekst: LUCTOR ET. EMERGO (of variant), wat betekent: ik worstel en kom boven.
Muntmeester: Hendrik van Dusseldorp ( 1682 – 1705 )
Muntteken: ♜
Slagplaats: Middelburg
Wettelijk voorschrift: resoluties gecommitteerde raden van 24 oktober 1679, 29 januari 1681, 17 april 1683 en 2 november 1688.
Duiten met het jaartal 1689 worden nog wel eens aangezien voor het jaartal 1680. Dit eerste jaartal van de serie komt nooit voor en ik heb tot nu geen overtuigend exemplaar in handen gehad. Het jaartal is echter met een duidelijke foto afgebeeld in het handboek van het kopergeld van de heren Purmer en van der Wiel. Een passage in de notulen van de Staten van Zeeland kan verklaren waarom deze duit zo zeldzaam is. Op 23 augustus 1679 werd bepaald dat 40 soldaten onder leiding van twee sergeants naar Suriname gezonden moesten worden. Suriname was in die tijd in het bezit van de Staten van Zeeland en men had soldaten nodig om uitgebroken opstanden de kop in te drukken. Er werd ook bepaald dat voor 800 gulden aan duiten geslagen moest worden van dezelfde waarde en met het zelfde gewicht als de reguliere duiten. Deze duiten moesten worden verzonden naar Suriname voor gebruik aldaar en geen andere dan die in 1679 geslagen zouden worden. Uiteindelijk zijn de duiten pas in 1680 geslagen en is de gehele oplage naar Suriname verdwenen wat de zeldzaamheid kan verklaren.
De duiten van dit type komen wel voor als overslagen op andere koperen munten. Veelal op dubbele tournosen (double tournois) van Frankrijk. Bekend zijn o.a. meerdere exemplaren van 1684, zie hier een voorbeeld. Een duit van 1689 is bekend met de klop “adelaar” van Deventer
De klop is vermoedelijk in 1702 aangebracht tijdens de sanering van het kopergeld. Te Deventer bleven mogelijk alleen geklopte exemplaren (tijdelijk) geldig. Op 13 december kondigden de Staten van Holland en West-Friesland per plakkaat van 13 december 1701 een sanering aan van het kopergeld. De andere provincies namen direct actie en verboden alle duiten uit andere provincies en steden om niet overspoeld te raken met de uit Holland en West-Friesland geweerde duiten. Ook Zeeland nam maatregelen en publiceerde de bovenstaande waarschuwing. Alleen de Zeeuwse duiten werden nog gangbaar verklaard. Pas in 1714 werd ook een nieuw type geslagen te Zeeland (ZEE.11). Formeel moeten tot die tijd de oude typen ZEE.8 tot ZEE.11 dus nog gecirculeerd hebben ondanks dat de duiten van de andere provincies na 1702 van een betere kwaliteit waren.
ZEE.11
Gedetermineerd door Marco Sanders
Gevonden door Philippe Legrand
Muntheer: Stedelijke muntslag onder graafschap Vlaanderen.
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 0,5 gr
Voorzijde: In een dubbele parelcirkel vier ringetjes evenredig verdeeld. In het veld twee lelies naar elkaar toegekeerd met het middelste bloemblad gemeenschappelijk, erboven een ster, eronder een maansikkel. Tekst: Anepigrafisch
Keerzijde: In een dubbele parelcirkel het omschrift. In het veld een kort sterk gevoet kruis met in het eerste en vierde kwartier een parel en in het tweede en derde kwartier een maansikkel. Tekst: ✠ SIMON
Monetarius: Simon
Datum: z.j. ca. 1140 – 1180
Slagplaats: Arras

Lit: J Ghyssens 110
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Peter Peeters

Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 20 mm / 25 mm
Gewicht: 1,89 gr
Voorzijde: Jezus aan het kruis met aan de voet Maria Magdalena. Tekst: IL EST MORT POUR NOUS ( hij is gestorven voor ons – lees voor onze zonden ).
Keerzijde: O.L.V. van 7 smarten. Centraal O.L.V. met vlammend hart in de borst en waarin 7 zwaarden zitten ( 7 smarten ). Tekst: MATER DOLOROSA – ORA PRO NOBIS ( Troosteloze moeder – bid voor ons ).

Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Dirk Schoevaerts
Muntheer: Stedelijke muntslag onder graafschap Vlaanderen
Materiaal: zilver
Diameter: 10,4 mm
Gewicht: 0,30
Voorzijde: In een dubbele parelcirkel een driehoek met op de uiteinden een ring met middenstip, tussen de zijden van de driehoek en de binnenste parelcirkel telkens een lelie naar binnen gericht. In het midden van de driehoek ? niets?… Tekst: Anepigrafisch
Keerzijde: In een dubbele parelcirkel, doorbroken door een lang gevoet kruis het omschrift L – I – L – A, Lille. In de binnenste kwartieren van het kruis telkens een parel.
Datum: z.j. ca. 1180 – 1220
Slagplaats: Lille, Rijsel

Lit: J Ghyssens 262
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Dirk Michiels
Materiaal: koper
Diameter ( uitgifte ): 16 mm
Gewicht ( uitgifte ): 1,92 gr
Voorzijde: Gekroonde monogram van Willem I met aan beide zijden het jaartal: 18 / 28
Keerzijde: Gekroond Nederlands wapen tussen ½ / C.
Muntteken: B
Muntmeesterteken: Palmtak ( G.D. Bourgogne Herlaer 1821 – 1830 )
Slagplaats: Brussel
Slagaantal: 4.234.131
Gedetermineerd door Eric Aerts