Gevonden door Tom Devos
Materiaal: vergulde koperlegering
Diameter: 22 mm
Gewicht: 3,6 gr
Voorzijde: Brandende granaat binnen een cirkel
Keerzijde: ?
Gedetermineerd door Tom Devos
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Filip Behiels
Materiaal: koper
Diameter: 25,4 mm
Gewicht: 3,60
Voorzijde: Een wapenschildje met twee kwartieren gelegen op een scheef geplaatst stokkenkruis. De armen van het stokkenkruis kunnen op verschillende plaatsen de binnenrand en de tekst doorbreken. Boven het wapen een kroon en aan beide zijden het gesplitste jaartal 16 / 11. Tekst:
MO: POSS: PRIN IVL. E. MON (of variant). Voluit: moneta possidentes Iuliae et Montensis, wat betekent: munt van de bezittende vorsten van Gulik en Berg.
Keerzijde: Een gekroond wapenschild met zes kwartieren. De kroon doorbreekt de binnenrand. Tekst: IVSTITIA . THRONVM . FIR (of variant). Voluit: iustitia thronum firmat, wat betekent: gerechtigheid is stevig gezeteld.

1: Gulik (leeuw).
2: Kleef (karbonkel).
3: Berg (gekroonde leeuw)
4: Mark (gekanteeld veld).
5: Ravensberg (3 chevrons).
6: Meurs (faas).
Muntmeester: Hendrik Weijntges 1611 – 1613
Muntmeesterteken: ![]()
Slagplaats: Huissen
Het oortje met het jaartal 1609 met de volledige tekst: IUSTITIA. THRONUM. FIRMAT is waarschijnlijk net als de taler en de eerste schilling geslagen om de machtsovername van de bezittende vorsten in dat jaar te gedenken. De overname van de macht door de twee bezittende vorsten word hier uitgedrukt door te stellen dat de overname gerechtigd was en dat de gerechtigheid nu stevig gezeteld was. De overige oorden met het jaartal 1609 hebben deze tekst in meerdere of mindere mate afgekort. Al snel zijn de oorden geslagen met het werkelijke jaartal van aanmaak namelijk 1611. Van de oorden met het jaartal 1611 bestaan exemplaren waarbij bedrieglijk onder aan het wapenschild een vage afbeelding van het teken van het gulden vlies is geplaatst. Zo lijken deze oorden nog meer op die uit de zuidelijke Nederlanden zodat zij waarschijnlijk gemakkelijker van de hand gingen. De afbeelding van dit gulden vlies is bedrieglijk omdat geen van de twee Duitse bezittende vorsten in 1611 de orde van het gulden vlies bezat. In een opgave aan de kreits blijkt dat de oorden alleen zouden zijn geslagen in de periode juni-juli 1611. Er is ca. 632 Keulse mark aan koper verwerkt tot oorden, bij een gemiddeld gewicht van 3,32 gram
geeft dit een oplage van ca. 44469 stuks. Het oord met het jaartal 1614 is recent terug gevonden en is met hoge waarschijnlijkheid geslagen te Mülheim. Terwijl Hendrik in hechtenis zat was de Rijn buiten zijn oevers getreden en was het munthuis te Mülheim onder water komen te staan. De generaalwaardijn van de kreits haalde daarop de muntstempels uit het munthuis en nam deze in bewaring. In een kist werden roestende stempels gevonden voor schillingen, appelgroschen, fettmännchen en örtchen oder düttchen. De in de kist aangetroffen stempels voor schillingen zullen voor Gulik-Bergse exemplaren zijn geweest, de overige stempels zullen het jaartal 1614 hebben gedragen bestemd voor Werdense munten; deze dragen het muntmeesterteken lelie van Hendrik Weijntges. De vermelding van stempels voor örtchen oder düttchen is interessant. Toevallig is dit jaar (2022) een liard gevonden in Épinois (Henegouwen België) met het jaartal 1614. De uitvoering is zoals deze te Huissen zijn geslagen met de jaartallen 1609 en 1611. Dit stuk draagt echter het jaartal 1614 en heeft een typisch kenmerk zoals die ook op liards van Thorn te vinden zijn namelijk de uitvoering van het scheefgeplaatste kruis, waarschijnlijk zijn de stempels gesneden door dezelfde stempelsnijder. Het is aannemelijk dat deze liards in een zeer kleine oplage zijn geslagen in de munt van Mülheim en dat de vermelding van de stempels voor örtchen oder düttchen op deze munt betrekking heeft gehad.
HUI.10
Gedetermineerd door Marco Sanders
Gevonden door Filip Behiels
Materiaal: koper
Diameter: 22,7 mm
Gewicht: 1,89 gr
Gekroonde letters Æ van Albertus & Elisabeth. Tekst:
ALBERTVS. ET. ELISABET. D:G. (of variant). Voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia wat betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (de tekst gaat op de keerzijde verder).
Keerzijde: Gekroond wapenschild vertikaal gedeeld, het wapenschild is gelegen op een schuin geplaatst stokkenkruis met aan beide zijden het gesplitste jaartal 16 / 07. Tekst: ARCH. AVST. DVC. BVRG. ET. BRA
(of variant). Voluit: Archiduces Austria duces Burgundie et Brabant wat betekent: aartshertogen van Oostenrijk en hertogen van Bourgondië en Brabant.

1 = Oostenrijk (Zilveren faas).
2 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud).
Muntmeester: Dominique Wouters ( 1607 – 1619 )
Muntmeesterteken: ![]()
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen: – Periode 1 april 1606 tot 7 september 1607 ca. 2.169.192 stuks.
– Periode 7 september 1607 tot 4 september 1609 ca. 522.160 stuks.
Een dubbele denier was een muntje met een waarde van twee derde oord. Het voorschrift was 96 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 2,56 gram per stuk.
ANT.12
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Filip Behiels
Materiaal: koper
Diameter: 21,8 mm
Gewicht: 2,90
Voorzijde: Borstbeeld van Maria Theresia naar rechts met halssnoer om en oorbel in. Tekst: M. T. D.G. R. JMP. G. H. – B. REG. A. A. D. BURG. (of variant). Dit is voluit: Maria Theresia Dei gratia Romanorum imperatrix Germania, Hungaria Bohemia regina, archidux Austria, dux Burgundie, en betekent: Maria Theresia, bij Gods gratie Rooms keizerin, koningin van Duitsland, Hongarije en Bohemen, Aartshertogin van Oostenrijk en hertogin van Bourgondië.
Keerzijde: AD / USUM / BELGII / AUSTR. / 1750. /
Wat betekent: voor gebruik in de Oostenrijkse Nederlanden.
Muntmeester: Jean Buysen 1749 – 1752
Muntteken: ![]()
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen van de jaren 1749 t/m 1752 is totaal ca. 6.987.992 stuks.
Bij deze munten valt het op dat de letter U als U geschreven wordt en niet meer als V. Verder begint de afkorting IMP niet met een I maar met een J. Op 17 april 1752 vaardigden de Staten-Generaal een plakkaat uit waarin de zogenaamde Brabantse “Koninginne oortjes” in Staats Vlaanderen niet meer gangbaar werden verklaard voor 2 duiten maar slechts voor 1 duit.
Voorschrift 64 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 3,84 gram per stuk.
ANT.23
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Filip Behiels
Muntheer: Dom Pedro II O Pacifico, koning van Portugal, 1683 – 1706.
Materiaal: koperlegering
Diameter: 36,2 mm
Gewicht: 14,92 gr
Voorzijde: In een kabelband onderbroken bovenaan door een grote kroon P . II , eronder een rozet. Tekst: : D.G.PORT.ET.ALG.REX; Pedro II met Gods gratie koning van Portugal en Algarve.
Keerzijde: In een bladerkrans een X tussen twee rozetten. Tekst: rozet 1703 rozet VTILITATI rozet PVBLICAE.
Datum: 1703
Slagplaats: Lissabon

Lit: A Gomez 15.07
Gedetermineerd op facebook en door rimidi
Gevonden door Paul Blomme
Muntheer: Stad Brugge onder graafschap Vlaanderen
Materiaal: zilver
Diameter: 10 mm
Gewicht: 0,38 gr
Voorzijde: In een parelcirkel een gaande gehelmde krijger voorzien van sporen naar rechts, in de rechter hand een geheven zwaard, in de linker hand een gegeerd wapenschild. Tekst: Anepigrafisch.
Keerzijde: In een parelcirkel een gelelied kruis met parel als voet van de lelie. Tekst: Anepigrafisch
Datum: z.j. ca. 1253 – 1259
Slagplaats: Brugge

Lit: Ghyssens 416; A Haeck 152; Vanhoudt atlas G 2397var; Gaillard 53
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Piet Louws
Materiaal: koperlegering
Diameter: 26 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: Traditioneel ontwerp van scheepje op golven, eenvoudiger dan vroegere afbeeldingen. Vlaggenstok op de achtersteven en wimpel op de boeg. Centrale mast met bovenin een rechte ra (yard-arm). Tekst: geheel fictief.
Keerzijde: Frans ruitschild met vier lelies en langs de randen decoratie door ringetjes (annelets). Tekst: geheel fictief.

Lit: M. Mitchiner, Jetons Medalets and Tokens, Volume I, blz. 372, No. 1169. (zie afbeelding)
Gedetermineerd door Jan Ooms