Denarius ‘ fourrée ‘: Antoninus Pius na 146 n.Chr.

Gevonden door Andre van Erkom ( ID-200552 )

Materiaal: geplateerd

Diameter: 17 mm

Gewicht: ?

Voorzijde: Gelauwerd ? hoofd naar rechts. Tekst: ANTONINVS ( de rest niet te lezen ) AVG PIVS PP ( is mogelijk ) 

Keerzijde: Ceres ( Godin van de landbouw ) staande naar links met een fakkel in de hand. Tekst AVGVSTA. 

Slagplaats: Vermoedelijk Noord-Gallië of rivierengebied.

Vindplaats: rivierengebied.

Fourrée

Gedetermineerd door Andre van Erkom

Antoninus Pius, geboren in Lanuvium op 19 september 86 in het huidige Nîmes (Nemausus), is misschien wel de meest succesvolle keizer. Hij was Romeins keizer van 138 tot 161. In zijn 22 jaar lange regeerperiode kende het Romeinse Rijk vrede en voorspoed. Hij was barmhartig en progressief. Het gaf hem zelfs de naam Pius de Vrome. Hij werd op 51-jarige leeftijd geadopteerd door Hadrianus. Dat was in die tijd gebruikelijk als er geen goede alternatieven waren uit de eigen bloedlijn. Zelf adopteerde hij Marcus Aurelius, die bovendien met zijn dochter Faustina trouwde, en Lucius Verus. Antoninus stierf op 7 maart 161 te Lorium op 74-jarige leeftijd een natuurlijke dood.

Gefragmenteerde schedepuntbeschermer: ca. 1050 – 1250

Gevonden door Axel Vroling ( ID-200509 )

Materiaal: brons

Afmetingen: 20 mm / 30 mm

Gewicht: 13,70 gr

De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.

Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.

Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.

Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.

Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.

Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.

Gedetermineerd door Wessel Spoelder

Antoninianus: Postumus 265 – 268 n.Chr.

Gevonden door Mathieu Vens ( ID-200500 )

Materiaal: zilver

Diameter: 20 mm

Gewicht: 1,8 gr

Voorzijde: Gedrapeerde buste met baard en stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP C POSTVMVS P F AVG

Keerzijde: Serapis staande naar links, rechterhand omhoog en houdt een scepter vast in de linkerhand. Tekst: SERAPI COMITI AVG

Slagplaats: Keulen

Referentie

Lit: RIC V 329; Schulzki 90; RSC 360a; Cunetio 2437; Elmer 383; Sear 10991.

Gedetermineerd door Andre van Erkom