Gevonden door Sandra Nooren

Materiaal: brons
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Gedetermineerd door Sandra Nooren
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Kristof Bruyndonckx
Muntheer: Germaanse stam van de Eburonen
Materiaal: geplateerd
Diameter: 16 mm
Gewicht: 1,9 gr
Voorzijde: Triskele, (triskelion) omheen een cirkel met in het midden een parel en waarvan de armen eindigen op een parel, omgeven met parels, zigzaglijn en een kruis.
Keerzijde: Een gestileerd paard met min of meer gebogen benen naar links. Boven het paard, staart en bilpartij drie dikkere parels. Onder het paard een dubbele cirkel. Voor het paard op borsthoogte gepunte cirkel.
Datum: z.j. ca. 54 – 50 v.Chr.
Slagplaats: Regio Maas – Rijn met inbegrip van Zuidoost Nederland en centraal België.

Die geplateerde Staters waren, zijn en zullen vast nog wel een hele tijd een discussie punt blijven. Werden deze nu geslagen in de echte ateliers, of ergens stiekem geslagen door valsemunters? Plateren deed men toen al heel erg lang, maar meer door de wat zuidelijker levende stammen. Eigenlijk was dat hele monetaire systeem in het zuiden al veel eerder algemeen goed geworden. En toch was bij ons in het noorden, bij de komst van Julius Caesar, weldegelijk een monetair systeem geïmplementeerd. In tegenstelling tot wat velen beweren. Hij beschreef zélf in zijn Commentarii het gebruik van brons en goud munten hier in het noorden. Vondsten bewijzen dat in de Oise vallei in de derde eeuw voor Christus zelfs al goud munten geslagen werden. Maar, niet iedere stam sloeg geld in onze streken. Net zoals niet iedere stam rond de Middellandse zee geld sloeg in die tijd. De regio waar ik woon behoorde destijds tot de Menapiërs, we weten allemaal wel dat die mensen geen geld sloegen, terwijl ze toch een vrij uitgestrekt gebied bewoonden. Allicht heeft hier het leefgebied wel een bepaalde invloed op deze zaken uitgeoefend. We weten dat de meest noordelijk gesitueerde stammen het minst “ontwikkeld” waren op dat gebied. Ze leefden vrij afgelegen, onder weinig gunstige omstandigheden. Ik vermoed dat het plateren van deze zgn “oorlogs Staters” gebeurde door de stammen zelf, terwijl ze in het verloop van de oorlog in steeds ongunstiger omstandigheden verbleven. Ik haal het wel vaker aan; die Gallische Oorlog heeft geschat een miljoen mensen het leven gekost. Tweeduizend jaar geleden moet dat heel wat geweest zijn! Het lijkt me alsof ze op een gegeven moment niet anders meer konden dan het plateren van munten, de bronnen zullen vast uitgeput geraakt zijn. Op jouw munt zie je wel dat de stempel langer in gebruik is geweest. Voor het paardje zie je dat het cirkeltje wat sporen van (stempel) slijtage vertoont. Allicht is deze stempel ook gewoon gebruikt om de volle Staters mee te slaan. Wat me niet helemaal zint bij de geplateerde exemplaren is het gewicht, dat toch wel uitgesproken lager ligt dan bij de volle gouden exemplaren. Men moet dat bij ontvangst toch gemerkt hebben? Misschien werden ze gemengd tussen de volle gouden exemplaren, om zo in grotere getallen uit te geven. Want het primaire doel van deze Staters was natuurlijk de handel op grote schaal. Het inhuren van duizenden soldaten bij andere stammen bijvoorbeeld. Of het aankopen van een winter voorraad graan. Zo moeten die munten in aanzienlijke getallen per keer uitgewisseld zijn geweest. Gekkenwerk om die dan eerst stuk voor stuk te controleren. Pas later werden die Staters individueel uitgegeven in de “kleinhandel”, waarbij zo’n lager gewicht waarschijnlijk wel uitgekomen zal zijn.
Lit: S Scheers 254 pl IX; Vanhoudt atlas A 9
Gedetermineerd door Kristof Bruyndonckx en rimidi
Gevonden door Kris Van Den Berge
Materiaal: koperlegering
Diameter: 30 mm
Gewicht: 4,09 gr
Voorzijde: Buste van Philips IV naar rechts. Tekst: PHIL . IIII . D . G . HIS . ET . INDIAR . REX . ( Philips IV bij de gratie Gods koning van Spanje en India ).
Keerzijde: Gevleugelde Victoria met in beide uitgestoken handen een lauwerkrans boven een dolfijn links en rechts van haar. Daaronder het jaartal 16 handje (Antwerpen) 53 Tekst: VTROQVE AB LITTORE ( van beide oevers ).

Lit: Dugniolle, No. 4050. Mitchiner Volume II, blz. 862, No. 2673. Voorbeeld: Royal Museum Greenwich.
Gedetermineerd door Jan Ooms
Gevonden door Kiss Imre
Muntheer: Jan II hertog van Brabant, 1294 – 1312
Materiaal: zilver
Diameter: 18 mm
Gewicht: 1 gr
Voorzijde: In een parelrand het gedeelde wapenschild van Brabant en Limburg, in de overblijvende ruimte tussen wapenschild en parelrand het omschrift. Tekst: DVX – BRAB – AnTIE
Keerzijde: Lang gevoet kruis het omschrift onderbrekend, in de kwartieren 1, 3 en 4 een drieblad in liervorm, in 2 een rozet. Tekst tussen twee parelcirkels: ✠ MO / nET / A LO / VAn’
Datum: na 1309
Slagplaats: Leuven

Lit: Vanhoudt atlas G 236; De Witte 279; van der Chijs Pl VI tek 4; Crab LII; De Coster 205
Gedetermineerd door Kiss Imre
Gevonden door Rob Gevers
Muntheer: Gallische stam van de Allobroges
Materiaal: zilver
Diameter: 15 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: In een parelcirkel een gelauwerd hoofd naar links.
Keerzijde: Een galopperend paardje naar links met een vierspakig wieltje tussen de benen, bovenaan het opschrift VOL.
Datum: z.j. ca. 80 – 75 v.Chr.
Slagplaats: Regio van de Dauphiné, Frankrijk.

Opmerking van Mario Raeymaekers : La Tour heeft deze blijkbaar niet opgenomen in zijn werk, Delestrée wel. Het muntje heeft wel een BN nummer 2620-2627 ( Bibliotheque Nationale / Parijs ) wat voor vele numismaten toch nog steeds een belangrijke referentie is. Het muntje zal voor de Gallische oorlog geslagen zijn.
Lit: Delestrée Tache 3122; Latour 2630var; Scheers/D 32; Scheers/L 163
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Nancy Van Orle

Materiaal: klokkenbrons
Diameter: 34 mm
Gewicht: 25,2 gr
Voorzijde: Buste van Lodewijk met pruik en mantel naar links. Tekst: LOUIS XVI ROI DES FRANÇOIS / 1792 • W •
Keerzijde: Pijlenbundel gedekt met een Frygische muts in een eikenkrans, aan beide zijden de denominatie 2 / S. Tekst: LA NATION LA LOI LE ROI / L’AN 4 DE LA LIBERTÉ
Ontwerper: Benjamin Duvivier
Muntmeesterteken: ★ Louis Théophile François Lepage 1785 – 1793
Muntteken: W
Slagplaats: Lille
Slagaantal: ?
Gedetermineerd op facebook
Gevonden door Sammy Fraeyman
Materiaal: koper
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gekroond Spaans wapenschild van de aartshertogen, aan weerszijden van het wapenschild staat een punt en om het geheel loopt een gedeeltelijke binnen cirkel. Tekst: ALBERTVS. ET. ELISA. D:G (of variant). Voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia, en betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (vervolg op de keerzijde).

1: Hongarije: in rood 3 zilveren balken.
2: Bohemen: in rood een zilveren leeuw.
3: Castilië: in rood een gouden kasteel, blauw gesloten en verlicht.
4: Leon: in zilver een goud gekroonde purperen leeuw.
5: Aragon: in goud vier rode palen.
6: Sicilië: schuingevierendeeld met in de bovenste en onderste halve ruit in goud 4 rode palen (Aragon),
in de twee halve zijruiten in zilver een zwarte adelaar (Hohenstaufen).
7: Portugal: in zilver 5 blauwe schildjes (geplaatst 1.3.1) beladen met 5 pesanten van zilver (geplaatst
2.1.2). Een rode schildzoom beladen met 7 gouden kastelen (quinas).
8: Oostenrijk: in rood met een zilveren dwarsbalk.
9: Nieuw Bourgondië: blauw met gouden lelies, een schildzoom geblokt van rood en zilver.
10: Oud Bourgondië: geschuinbalkt van goud en blauw van zes stukken en rood omzoomd.
11: Brabant: in zwart een gouden leeuw, rood getongd.
12: Vlaanderen: in goud een zwarte leeuw, rood getongd.
13: Tirol (in zilver een rode adelaar, gekroond, gebekt, en gepoot van goud. De vleugels beladen met twee gouden klaverbladstengels.
Keerzijde: Gekroond en scheef geplaatst stokkenkruis waarop het wapenschild van Roermond ligt. Onder aan het kruis hangt de keten van de orde van het gulden vlies en aan weerszijden van het kruis staat het jaartal. Tekst: ARCHID. AVST. DVC. GEL (of variant). Voluit: archiduces Austria duces Gelriæ, en betekent: aartshertogen van Oostenrijk en hertogen van Gelderland.

Wapen van Roermond
Muntmeesters: Johan en Matthijs van Nederhoven 1605 – 1618
Muntteken: ![]()
Slagplaats: Roermond
Voorschrift: instructie van september 1605. Oorspronkelijk 51 stuks uit een mark is ca. 4,82 gram per stuk. In 1606 gewijzigd naar 64 uit een mark, is ca. 3,84 gram per stuk.
Op 30 juni 1607 verscheen een plakkaat waarin de duiten en oorden van Maastricht, den Bosch en Roermond alleen gangbaar werden verklaard in de stad van uitgifte en hun directe omgeving. Op 29 oktober 1609 werd dit plakkaat nog eens herhaald en ontving de stad een schrijven met dezelfde datum van de aartshertogen: “Alzoe wy by onse brieven van placcate gedateert op huyden verboden hebben den loop ende vuytgeven van de copere munte by ulieden doen slaeghen met onsen consente, in andere plaetsen ende steden van onder ulieden schependom tot gerieve van de gemeynte aldaar, ende dat tot dien eynde de ghene die alreede zyn geslagen meer dan genoech zyn. Soe is onsen wille dat ghy van nu voirtaen gheen meerdere quantiteyt en doet munten, totter tyt toe dat wy van als naerder onderricht zynde daerop sullen gheven ander ordre”. Roermond heeft dit schrijven naast zich neergelegd want er bestaan duiten van 1610 en 1611 en oorden van 1610, 1611 en 1612. Op 30 september 1610 verscheen wederom een plakkaat dat de omloop van het kleingeld van Maastricht, den Bosch en Roermond regelde.
Van Gelder schreef dat de stad Roermond door haar ligging in het oosten van de Spaanse Nederlanden een wat afwijkende monetaire situatie had. De gewone Zuid-Nederlandse munten pasten niet in het geldverkeer van Roermond en Spaans Gelre. De plaatselijke stuiver en duit hadden in Spaans Gelre een lagere waarde dan in Brabant en Vlaanderen. Dit kwam door de invloed van het geld uit het aangrenzende bisdom Luik en uit de Duitse staten van het Rijnland. Hij schrijft verder dat vanwege deze situatie oogluikend werd toegestaan dat Roermond zijn duiten en oorden volgens een lagere muntvoet mocht slaan. Dit zou ook gebeuren te Maastricht en den Bosch. Uit het artikel van de Meyer over de munten van Roermond blijkt dit echter niet. Volgens zijn gegevens werden zij wel degelijk volgens de muntvoet van de aartshertogen geslagen. Volgens onderstaande overzicht, samengesteld mede dankzij de wegingen van een Roermond verzamelaar, zijn de oorden wel degelijk op het normale gewicht van de aartshertogen geslagen.
| Jaartal: | Aangetroffen gewichten in grammen: |
| 1606 | 3,60 – 3,70 – 3,80 – 3,81 – 4,30 – 5,02 |
| 1607 | 4,00 – 4,10 – 4,17 – 4,30 – 4,40 (2x) – 4,50 – 4,71 – 5,40 |
| 1608 | 3,60 – 3,75 – 4,07 |
| 1609 | 3,25 – 3,54 – 3,70 – 3,80 – 4,27 – 4,30 – 4,37 – 4,45 – 4,50 – 4,55 – 4,60 (2x) |
| 1610 | 3,56 – 4,40 – 4,50 – 4,60 – 4,64 – 4,83 – 5,20 |
| 1611 | 4,00 – 4,52 – 4,80 – 4,40 – 4,84 |
| 1612 |
Dankzij dezelfde verzamelaar zijn ook enkele varianten bekend geworden. Zo bestaat er een oord uit 1609 met het muntteken leeuwtje i.p.v. het muntteken lelie en een exemplaar met alleen een punt. Ook komen er exemplaren voor met een mislukte lelie of een grote lelie met wat extra streepjes.
ROE.2
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Tom Devos
Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 63 mm / 40 mm
Gewicht: 25,3 gr

Gedetermineerd door Jan Meynendonckx