Fragment van een zilveren oorijzer

Gevonden door Mike Creemers

Materiaal: zilver

Afmetingen: 17 mm / 7 mm

Gewicht: 2,05 gr

mike5

Het oorijzer is een onderdeel van de klederdracht voor vrouwen in met name de noordelijke provincies van Nederland en Zeeland. Het vormde oorspronkelijk een onderdeel van de burgerdracht, dat in de streekdrachten is overgenomen. Aanvankelijk was het oorijzer een metalen beugel om de mutsen op hun plaats te houden. Het werd over een ondermuts gedragen en een luxueuze bovenmuts werd er op vastgezet. In de loop der tijd groeide het oorijzer uit tot een pronkstuk. Aan de voorzijde van de oorijzers staken versierde gouden plaatjes of krullen uit.In de Scheveningse klederdracht wordt de term hoofdijzer gebruikt. De versieringen zitten in dat geval boven het voorhoofd.

Referentie

Gedetermineerd door Mike Creemers

Provincie Gelderland: 1 gulden 1714

Gevonden door Raoul Schauwaert

Materiaal: zilver 920 / 1000

Diameter ( uitgifte ): 32 mm

Gewicht ( uitgifte ): 10,61 gr

Voorzijde: Staande Nederlandse maagd, in de rechterhand een speer met vrijheidshoed, de linker elleboog steunend op een recht opstaande bijbel die op een sokkel staat. Tekst: HAC NITMVR HANC TVEMVR

Keerzijde: Gekroond wapen van de Staten-Generaal tussen I / G Tekst: MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:GEL:ET·C·Z Volledig: MONETA ARGENTEA ORDIUM AEDERATARUM BELGICARUM GELRIAE ET ZUPGANIAE

Muntmeester: Lambert Ridder ( 1695 – 1714 ) of Coenraad Hendrik Cramer ( 1714 – 1724 )

Muntmeesterteken: ridder te paard

Slagplaats: Harderwijk

Referentie

Referentie

Lit: Purmer Ge88; V 13.3,14,2; D 1178

Gedetermineerd door Mark Volleberg en Eric Aerts

Leuven: denier ca. 1235 – 1268

Gevonden door Mike Creemers

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 0,44 gr

Voorzijde: Klimmende leeuw naar links in een gepareld wapenschild. De datering moeten we dus ruim nemen ca 1235 – 1268 

Keerzijde: Brabants kruis van het type B1 met BAST in de kwartieren, waarbij de T een abbreviatuurteken heeft voor Bastinus, de monetarius. 
BAST is tegen de wijzerzin in geschreven of de A al dan niet een schreef heeft zien we niet. => B1( x )36/37…

Slagplaats: Leuven

Hendrik II van Brabant

Hendrik III van Brabant

Gedetermineerd door rimidi

Reckheim: duit 17e eeuw

Gevonden door Eric Aerts

Materiaal: koper

Diameter: 16 mm

Gewicht: 0,85 gr

Voorzijde: Een vierpas versiering met daarin TRAREC (of variant), soms met jaartal.

Keerzijde: Gekroond wapenschild volgens het nieuwe model van Utrecht met de twee leeuwen aan weerszijden van het wapen. Op sommige typen kunt de tekst VVTREH voor onder het wapen. Dit betekent: “uut Reckheim” – uit Reckheim

1. Gouden kruis op rood van Lynden

2. Een rode leeuw op goud van Reckheim ( naar links )

3. Zilveren adelaar op blauw van Aspremont ( Este )

Datum: z.j. ca. 1681 – 1683

Muntmeester: niet bekend

Slagplaats: Reckheim

Referentie

Referentie

REC.36

Gedetermineerd door Eric Aerts

Heilighangertje: 20ste eeuw

Gevonden door Eric Aerts

Materiaal: aluminium

Afmetingen: 22 mm / 18 mm

Gewicht: 0,60 gr

Voorzijde: O.L.V. van de scapulier met kindje Jezus op de arm. Het geheel verwijst naar de berg Carmel in Israël en naar de heilige Simon Stock, naar aanleiding van een verschijning in 1251. Tekst: N.D DU MT CARMEL ( de berg Carmel of Karmel in Israël ) PRIEZ POUR NOUS ( bid voor ons )

OLV van de berg Karmel

Keerzijde: Jezus die naar zijn hart wijst. Symboliseert de devotie tot het (Aller) Heilig Hart van Jezus. Tekst: COR JESU SACRATISSIMUM MISERERE NOBIS

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Grot Marmot

Nederland: 5 cent 1826 ( B )

Gevonden door Brynckminator Brynckminator

Materiaal: zilver 569 / 1000

Diameter: 15 mm

Gewicht: 0,84 gr

Voorzijde: Gekroonde letter W tussen het jaartal 18 / 26

Keerzijde: Gekroond Nederlands wapen tussen 5 en de letter C.

Muntteken: B

Muntmeesterteken: palmtak ( G.D. Bourgogne Herlaer 1821 – 1830 )

Slagplaats: Brussel

Slagaantal: 1.021.362

Willem I der Nederlanden

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts