Gevonden door Mario Raeymaekers
Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 15 mm / 10 mm
Gewicht: 1,15 gr
Het frame is geprofileerd, de beugel heeft centraal een uitgewerkt element.
Gedetermineerd door Jean Pierre Parent
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Chielens Laurens
Materiaal: zilver ?
Diameter: 30 mm
Gewicht: 8 gr
Voorzijde: Centraal een persoon liggend op tombe met daaronder een palm als teken van martelaar. Het geheel gevat in een hoekige vierpas waarvan de hoeken een bloem bevatten. Tekst onderaan: S. TARCISIUS, links: MARTYR en dan onleesbaar, boven: OSTIE ( vermoedelijk ) dat dit HOSTIE is en verwijst naar deze heilige, en rechts: PRIEZ POUR N.
Keerzijde: Heilige Cecile ( Caecile ). Centraal haar lichaam op de rechterzijde met onderaan een palmtak ( martelares ) en een bloem met vruchten, het geheel gevat in een hoekige vierpas met op de hoeken een bloemmotief. Tekst links: SAINTE, boven: CECILE of CAECILE, rechts: PRIEZ P.N. en onderaan geen tekst. Deze gegevens stemmen overeen met de opgravingen in de basiliek Santa Cecilia in 1599 waarbij het intakte lichaam van een vrouw werd gevonden, liggend op haar rechterzijde, gehuld in lang gewaad.

Evenwel kan ik beide heiligen niet linken met elkaar, buiten hun martelaarschap en dat beiden begraven zijn in de catacomben van Calixtus. Cecile ondergronds en Tracisius bovengronds in het oosters deel van de basiliek
Lit: Boek De Heiligen – Stijn van der Linden – blz 156 – 157 en blz 835
Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Chielens Laurens
Materiaal: zilver
Diameter: 18 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: Buste naar rechts. Tekst: IMP TRAIANO AVG GER DAC P M TR P COS VI P P
Keerzijde: Vesta gesluierd en gedrapeerd zittend naar links, met in de rechterhand het palladium en in de linkerhand een scepter.
Slagplaats: Rome
Lit: C 646; RIC 265; BMC/RE 482; RSC 646; H1/539(R2); RCV; MRK; BN/R4.663pl.37
Gedetermineerd door ?
Trajanus werd op 18 september 53 in Italica (Hispania) geboren als zoon van Marcus Ulpius Traianus en de Spaanse Marcia. Hij was Romeins keizer van 28 januari 98 tot 9 augustus 117. Na onder zijn vader in Syria gediend te hebben werd in 78 quaestor en ca. 84 praetor, waarna hij als commandant naar Spanje ging. Daar kreeg hij de opdracht de opstand van Saturninus in Germania Superior te dempen (88). Na zijn consulaat in 91 keerde hij als stadhouder naar Opper-Germanië terug, waar hij door de aanleg van wegen en castella en de stichting van kolonies de Rijn- en Donaugrens versterkte. Met zijn naam zijn de steden Nijmegen (Noviomagus) en Xanten (colonia Traiana) verbonden (Hiernaast een bronzen portretkop van Trajanus, gevonden in de Waal bij Xanten (?)). In 97 werd hij door Nerva geadopteerd en, voorzien van speciale bevoegdheden, tot mederegent onder titel Caesar verheven. Het jaar daarop volgde hij Nerva in Keulen op. Zijn eerste daad was de bestraffing van opstandige praetorianen, die hij naar Germania ontbood, waar hij voorlopig bleef en de titel Germanicus verwierf. In Rome, waar hij in 99 aankwam, werd hij algemeen verwelkomd. Het gebruikelijke donativum werd door hem gehalveerd, geschenken bij zijn troonsbestijging wees hij van de hand. Voor alles bereidde hij zich voor op de oorlog tegen de Dacische Decebalus, met het doel de Donaugrens te beveiligen. Ook lokt het Dacische goud. In 101 rukte Trajanus uit en overwinterde na een onbesliste slag bij Tapae aan de overzijde van de Donau. Toen hij het volgend jaar de hoofdstad Sarmizegetusa bedreigde, gaf Decebalus zich over, waarna de keizer de titel Dacicus aannam en te Rome een triomf vierde. In 105 roerde Decebalus zich opnieuw. Weer rukt Trojanus uit over de door Apollodorus bij Dobretae gebouwde Donaubrug en veroverde de Dacische hoofdstad, waarop Decebalus zich het leven benam. Zijn land werd de provincie Dacia, zijn hoofdstad een Romeinse kolonie. De zuil van Trajanus te Rome en het Tropaeum Traiani te Adamklissi (Roemenië) zijn een blijvende herinnering aan deze veldtochten. De Donaulinie kon nu worden versterkt en het spoedig tot rust gekomen gebied werd beveiligd en weldra geheel geromaniseerd (Roemeens!). Intussen werd ook in het Oosten de rijksgrens afgerond doordat Aulus Cornelius Arabia Nabataea als provincie inlijfde (105). In Numidië versterkten de Romeinen in alle stilte hun greep op het land door de stichting van Thamugadi en Lambaesis. Om de Parthische dreiging het hoofd te bieden verklaarde Trajanus in 113 de Parthen de oorlog. Zijn legers bezetten Armenië en een deel van Mesopotamië, waarna Armenië, Cappadocië en Klein-Armenië aan het rijk werden toegevoegd. In 115 keerde de keizer zich tegenkoning Osroës zelf en trok, na in Antochië overwinterd te hebben in 116 de Tigris over, waarna hij de hoofdstad Ctesiphon bezette en de Perzische golf bereikte. Assyrië en Mesopotamië werden Romeinse provincies en aan ’s keizers eerder verworven titels werd die van Parthicus toegevoed. Het veroverde gebied met zijn belangrijke verbindingsroutes naar het Oosten bleef echter onrustig. Weliswaar werden revoltes onderdrukt, sloeg Lusius Quietus aanvallen in het noorden af en werd in Ctesiphon een vazalkoning aan de macht gebracht, maar de situatie bleek moeilijk in de hand te houden. Ook in Cyrene, Cyprus, Egypte en de Levant, waar Joden rebelleerden, deden zich problemen voor. Zo besloot Trajanus van een voorgenomen tocht naar Indië af te zien en terug te keren. Ernstig ziek bereikte hij Antiochië. Hij stierf, op doorreis naar Rome, op 9 augustus 117 in het Cilicische Selinus. Zijn opvolger was de door hem geadopteerde Hadrianus. Trajanus werd 63 jaar.
Gevonden door Eric Aerts
Materiaal: ?
Diameter: 18 mm
Gewicht: 4,19 gr
Voorzijde: Afbeelding met links het wapen van de familie d’Oultremont en rechts het wapen van de familie Van der Noot de Duras.


Keerzijde. SUPERFIN C PARIS C
Eerste helft van 19e eeuw is een huwelijk gekend tussen Charles d’Oultremont en Louise Van der Noot de Duras.
Charles d’Oultremont ( Rijsel, 18 juli 1789 – Parijs, 11 maart 1852 ) was een zoon van graaf Ferdinand d’Oultremont en Jeanne-Suzanne Hartsinck. Hij trouwde op 24 augustus 1814 met de weduwe van prins Louis-Eugène de Ligne, gravin Louise van der Noot de Duras (1785-1864) en ze kregen vijf kinderen. In 1816 werd hij erkend in de erfelijke adel met de titel graaf, overdraagbaar op alle afstammelingen en benoeming in de Ridderschap van Luik. Hij werd schildknaap van koning Louis Bonaparte en daarna kamerheer van Willem I der Nederlanden en ceremoniemeester aan het hof.
Bijkomende info: In de 19e eeuw was het in (hoge) adellijke families gebruikelijk om voor speciale gelegenheden de livrei van de bedienden te voorzien van knopen met de familiewapens. Denk aan bruiloften. Soms werden er ook plaatjes met de blazoenen geperst die dan op de knopen bevestigd konden worden. Dat kon in verschillende metalen, uitzonderlijk zelfs goud en zilver. Dit is een mooi voorbeeld van zulke knopen. Het echtpaar d’Outremont-van der Noot had ook een stek in Parijs – beide zijn uiteindelijk in Parijs overleden, Louise veel later dan Charles – wat de Franse makelij van de knoop verklaart.
Gedetermineerd door Kris Didden
Gevonden door Mario Raeymaekers
Materiaal: koper
Diameter: 27 mm
Gewicht: 4,85 gr
Voorzijde: Borstbeeld van Ernestus van Beieren (met bonnet) naar links. Tekst: ERNESTVS. D. G. ARCHIEPIS. COLL. (of variant). Voluit: Ernestus dei gratia archi episcopus Collonia, wat betekent: Ernestus, bij Gods gratie aartsbisschop van Keulen.
Keerzijde: Met bonnet gekroond en gevierendeeld wapenschild, de bonnet onderbreekt de tekst niet. In kwartier 1 en 4 het wapen van Palatinat (leeuw) en in kwartier 2 en 3 het wapen van Beieren (ruiten). Tekst: EPIS. LEODIEN (perron) .V. BAVARI. DVX (of variant). Voluit: episcopus Leodiensis v Bavaria dux. wat betekent: bisschop van Luik, hertog van Beieren.

Wapen van Beieren-Palts
Jaartal: z.j. ( 1581? )
Muntmeester: Gilles Witten ( 1574 – 1582 )
Muntteken:
Slagplaats: Hasselt
Dengis beschouwd dit type als het oudste type van Ernestus van Beieren. De muntinstructie is aan muntmeester Gilles Witten gegeven op 19 juli 1581. Dengis vermeld onder nummer 956 een brûlé van 4 sols welke nog niet terug gevonden is.
LUI.35
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Mario Raeymaekers
Materiaal: koperlegering
Afmetingen: 25 mm / 19 mm
Gewicht: 2,85 gr
Voorzijde: Afbeelding van Sint Joseph met lelietak. Tekst: S JOSEPH MODELE DE PURETE PRIEZ POUR NOUS wat betekent: Heilige Joseph model van zuiverheid bid voor ons.

Keerzijde: Twee vlammende harten waarvan het rechter doorboord wordt met een zwaard ( symboliseert het lijden van Maria ) en het linker met een doornenkroon omgeven ( symboliseert het lijden van Christus ).

Gedetermineerd door Eric Aerts